Lees verder
Van de afspraken in het Klimaatakkoord om omwonenden van zon- en windparken mee te laten delen in de winst, komt in de praktijk nauwelijks iets terecht. Dat blijkt uit onderzoek van de Noordelijke Rekenkamer, zo meldt het economenvakblad ESB.
Redactie / Groningen

Duurzame energieprojecten roepen veel weerstand op. Vaak procederen omwonenden tot aan de Raad van State tegen windmolens en zonneparken. In de noordelijke provincies is het verzet van burgers zelfs zo grimmig dat de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding het ‘terrorisme’ noemt.

Om het draagvlak van burgers te vergroten, is in het Nederlandse Klimaatakkoord afgesproken te streven naar 50% lokaal eigenaarschap. Als omwonenden meeprofiteren van de winst van zon- en windparken, worden ze er vanzelf enthousiast over, was de gedachte. In de praktijk komt hier niks van terecht. Mede-eigenaarschap is namelijk niet af te dwingen. Duurzame energieprojecten worden wel zwaar gesubsidieerd met gemeenschapsgeld, maar het zijn meestal commerciële bedrijven die met de winst gaan strijken. Gemeenten of provincies mogen alleen eisen stellen op het gebied van ruimtelijke ordening, niet over de winstverdeling. Als gevolg hiervan steken de projectontwikkelaars de winst in eigen zak, concluderen de onderzoekers.

Zij bekeken negen grote zon- en windparken in Groningen, Friesland en Drenthe. Eén van de parken was volledig in lokale handen is, maar dat is een uitzondering. Van vijf parken zien de omwonenden geen stuiver. Bij drie is er sprake van financiële deelnames van een schamele 4 tot 11%. De onderzoekers stellen vast dat er wetgeving moet komen die het voor projectontwikkelaars verplicht stelt om burgers te laten meeprofiteren. Dat kan door participatie op te nemen in de subsidievoorwaarden.

Beeld: Stefan Dinse/Shutterstock