Lees verder
De CO2-uitstoot van bouwmaterialen is verantwoordelijk voor meer dan de helft van de totale koolstof voetafdruk van een huis gedurende de levensduur van 60 jaar. Als er ergens duurzaamheidswinst valt te behalen, dan is het wel in de transitie naar biobased bouwmaterialen.
Redactie / 's-Hertogenbosch

Die boodschap werd glashelder tijdens het evenement Biobased Bouwen in Actie dat het Centre of Expertise Biobased Economie (CoE BBE) eind vorige week in ‘s-Hertogenbosch organiseerde. Lector Biobased Bouwen Willem Böttger was kritisch over het huidige beleid, waarin de energietransitie onevenredig veel aandacht krijgt: “We proberen nu wel met de overheid en de bouw de energie voor het verwarmen en koelen van de woningen te optimaliseren door huizen beter te isoleren. Wat we ondertussen aan het doen zijn is veel extra CO2 uitstoten in de categorie materialen om de emissies op het gebied van energie iets kleiner te maken. Terwijl die materialen naar verhouding veel meer emissies veroorzaken.”

Grondstoffenschaarste

Het is volgens Böttger dan ook noodzakelijk om het gebruik van hernieuwbare materialen net zo veel aandacht te geven als de energietransitie. Niet in de laatste plaats omdat veel grondstoffen, de zogeheten ‘kritische aardmaterialen’, steeds schaarser worden. “In 2011 stonden er 14 materialen op de EU-lijst van ‘critical raw materials’, in 2020 waren het er al 31. Veel van die materialen zijn nodig voor die energietransitie, bijvoorbeeld voor elektronica in elektrische auto’s en windturbines, maar ook voor de bouw. Zo wordt 50% van alle boron in de wereld gebruikt in glasvezelisolatie en dubbelglas. Dat is nodig om glas minder broos te maken. We gebruiken chroom voor warmtewerende coatings op ramen en vanadium en koper om staal te maken.”

Deze aardmaterialen raken op. Kopererts bestond bijvoorbeeld 100 jaar geleden nog voor 40% uit pure koper. Volgens recente cijfers is dat nu slechts zo’n 0,2%. Het winnen van een enkele kilo koper kost dus beduidend meer energie dan vroeger en levert veel meer puin op. Door schaarse aardmaterialen ook nog eens te mengen met andere grondstoffen, zijn ze aan het einde van de levensduur bovendien moeilijk terug te winnen. “Dat kan alleen met heel veel energie.”

Uitweg

Het gebruik van hernieuwbare materialen vormt de enige weg uit deze impasse. “Eigenlijk zouden we alle producten moeten gaan herontwerpen, waarbij we niet alleen functionaliteit, maar ook duurzaamheid meenemen als ontwerpeis”, zegt Böttger. Aan het mantra van de circulaire economie (Reduce, Reuse, Repair, Recycle, Recover) moet dan ook Regrow worden toegevoegd: “Biobased materialen kunnen we, anders dan die schaarse aardmaterialen, in een jaar laten hergroeien. Ik zie dit als een van de belangrijkste onderdelen in de circulaire economie.”

Tijdens Biobased Bouwen in Actie passeerde een aantal praktijkvoorbeelden de revue, zoals het Biobased Paviljoen bij Hogeschool Zeeland in Goes of het Biobased Bezinningshuisje bij Avans Hogeschool in ‘s-Hertogenbosch. Ook waren er workshop over bouwen met biobased beton, mycelium en kalkhennep.

Beeld bovenaan: Willem Böttger, lector Biobased Bouwen voor een volle zaal tijdens Biobased Bouwen in Actie.