Lees verder
De markt voor bio-afbreekbare plastics zal de komende jaren fors groeien. Een aanzienlijk deel van deze plastics wordt ingezet voor verpakkingen van voedingsmiddelen, met name versproducten. De vraag is wel of afbreekbare biobased plastics mainstream worden in food. Vooralsnog reageert de markt terughoudend.
Lucien Joppen

De markt van bio-afbreekbare plastics zit in de lift, zo constateert het ‘techonderzoeksbureau’ Technavio. Zij verwacht een CAGR tussen 2016 en 2021 van 21 procent. Daarmee zou de mondiale omzet uitkomen op een slordige 5,3 miljard US Dollar in 2021. Deze plastics worden voornamelijk ingezet in applicaties met een korte levensduur, zoals (food)verpakkingen, foams, vuilniszakken, landbouwplastics en nog een range aan andere producten. West-Europa domineert de wereldmarkt met een omzetaandeel van 41 procent. Volgens Technavio staan marktpartijen en consumenten open voor producten die worden vermarkt met een ‘milieuplus’ (waarover later meer, red.). Het consumentenbewustzijn is relatief hoog, mede omdat diverse nationale overheden, waaronder Nederland en Duitsland, de nadruk leggen op voorlichting en inzameling – scheiding aan de bron – van plastic materialen en verpakkingen. Op de middellange termijn zullen andere regio’s – de BRIC-landen, Asia-Pacific, de rest van Europa en Noord-Amerika – een inhaalslag maken.

Inhoud en verpakking

‘We zien een opkomst van milieuvriendelijke verpakkingsmaterialen (lees verpakkingen met een lage CO2-footprint, red.) die vaak worden gebruikt voor producten, met name voedingsmiddelen, met een natuurlijke, duurzame en/of gezonde positionering’, aldus Swapnil Tejveer Sharma, analist bij Technavio. Volgens Sharma versterken de verpakking en de inhoud elkaar, zodat bepaalde consumenten eerder geneigd zijn om een product te pakken als de verpakking ‘klopt’.

Binnen de bio-afbreekbare plastics zijn het vooral de biobased plastics die de markt domineren. Tachtig procent van het globale volume aan afbreekbare plastics is gebaseerd op biomassa: PLA, aardappelzetmeelplastics, PHA, PCL, PBS en verschillende vezelachtigen zoals papier, karton en composietmaterialen. Een mooi voorbeeld van de laatste vorm is het eierdoosje van het Rondeel-ei dat door het Nederlandse Paperfoam wordt geproduceerd.

Food grote afnemer

Food is met de afstand de grootste afnemer van bio-afbreekbare plastics/materialen (waaronder ook papier en karton). Volgens RnRMarketResearch wordt 70 procent van de omzet van biobased plastics en 40 procent van de papier/kartonomzet gerealiseerd in de voedingsmiddelensector. Zoals eerder vermeld, kan er een ‘natuurlijke’ fit zijn tussen product en verpakking. Bovendien wordt deze sector gekenmerkt door grote spelers, met name in de retail (Wal-Mart, Tesco, Ahold Delhaize, Aldi et cetera), maar ook aan leverancierszijde met multinationals als Unilever, Coca-Cola of Nestle. Dergelijke ondernemingen hebben de schaalgrootte en internationale ‘presence’ om het verschil te maken. Sommige ondernemingen hebben ‘coalities’ opgezet, zoals een joint development platform voor PEF, waaraan onder meer Danone, Coca-Cola, Avantium en Alpla deelnemen. PEF is wel een niet-afbreekbaar biobased plastic. Soortgelijke platforms voor niet-afbreekbare biobased plastics zijn nog niet opgezet. Wel zijn er enkele bedrijven die concrete stappen hebben gezet.

Mars-wikkel

Een bekend voorbeeld is Mars dat, samen met Rodenburg Biopolymers en Taghleef, een bio-afbreekbare wikkel heeft ontwikkeld voor haar candy bars. De wikkel bevat Solanyl C, een granulaat gebaseerd op aardappelzetmeel (als restproduct) en recycled PLA. ‘We hebben een compound geproduceerd die vergelijkbare eigenschappen heeft als gangbare verpakkingsmaterialen (bijvoorbeeld PP) en dat in de productie kan worden hergebruikt. Dat scheelt aanzienlijk in de materiaalkosten’, aldus directeur Thijs Rodenburg. Andere factoren waarin Mars in was geïnteresseerd, waren de lagere CO2-footprint van het materiaal (- 35 %) en de lagere energiekosten bij de productie, namelijk 30 %. ‘De afbreekbaarheid van het materiaal was meer bijvangst voor Mars’, aldus Rodenburg. ‘Het bedrijf vond het niet zo belangrijk omdat de kans klein was dat consumenten het zouden begrijpen.’

Worstelen met communicatie

Het laatstgenoemde aspect is een belangrijke horde die zowel niet-afbreekbare als afbreekbare bioplastics moeten nemen. Biologisch afbreekbaar wil niet per se zeggen dat verpakkingen als vanzelf afbreken. Deze kunnen degradeerbaar zijn (aardappelzetmeel, PBS of PHA), industrieel degradeerbaar (PLA, door een hittestap) of degraderen in bodem of water (bijvoorbeeld PHA en zetmeel).
‘Het lijkt eenvoudig, maar er zijn uiteenlopende blends – bijvoorbeeld aardappelzetmeel met PLA – die weer leiden tot verschillende end-of-life-scenario’s’, aldus Jan Ravenstijn, consultant op gebied van bioplastics. ‘Daarom worstelen producenten van consumentenproducten met de communicatie rondom zulke plastics, los van de investeringen die deze materialen met zich meebrengen.’

Ravenstijn ziet overigens wel degelijk kansen voor biologisch afbreekbare, lees composteerbare biobased plastics, in food. ‘Afbreekbare folies voor (koel)versproducten zijn kansrijk. Ze kunnen immers met het snij-afval of voedselresten in de composteerbak.’

PHA ultieme afbreekbare plastic

PHA-achtigen zijn volgens Ravenstijn de ultieme bio-afbreekbare biobased plastics: afbreekbaar in bodem en water en vanzelfsprekend industrieel afbreekbaar bij hogere temperaturen. ‘Bovendien hebben PHA-blends goede filmeigenschappen waardoor ze als cling films, folies of als zakjes kunnen worden gebruikt, bijvoorbeeld in agf. Het nadeel is wel dat PHA-films vooralsnog te duur zijn – vergeleken met de standaard PE – en momenteel worden gebruikt voor nicheproducten als biologische versartikelen. Feit is wel dat sommige PHA-leveranciers de kiloprijzen aanzienlijk hebben verlaagd: van zo’n 5 euro per kilo tot 2,30. Met de huidige olieprijs blijft het nog steeds een lastige business case. Retailers en producenten willen wel verduurzamen, maar ze letten op iedere tiende eurocent bij de inkoop van verpakkingsmaterialen.’

Greenery

Vandaar dat het nog niet storm loopt voor afbreekbare biobased verpakkingsmaterialen in food. Zoals vermeld zijn het voornamelijk (vers)producten met een kort(ere) houdbaarheid waarvoor dergelijke materialen geschikt zijn. Een bedrijf als The Greenery gebruikt deze voor haar biologische en duurzame producten. ‘We gebruiken vooral PLA-folie en kartonnen schalen van Paperwise. Ook is de trend dat steeds meer plastic schalen omgezet worden naar karton. Daarnaast hebben wij sinds kort kartonnen dozen en schalen gemaakt van restafval van tomatenplanten.’

Volgens The Greenery zijn consumenten van biologische producten bereid om een meerprijs te betalen voor een bio-afbreekbare verpakking. ‘Wel weet de gemiddelde consument weinig van het materiaal, waardoor PLA vaker in de vuilniszak belandt, in plaats van de kliko.’

Nestlé niet overtuigd

Het laatstgenoemde voorbeeld illustreert dat de end-of-life van bio-afbreekbare plastics, vergeleken met niet-afbreekbare biobased of fossiele plastics, ook een issue is. Vanuit de industrie worden dan ook de nodige vraagtekens gezet bij het duurzaamheidsgehalte. Zo stelt Sokhna Gueye, Packaging Environmental Sustainability Specialist bij Nestlé, dat de multinational inzet op hergebruik om zodoende plastic zwerfvuil te bestrijden. Daarbij richt Nestlé zich op papier, karton en kunststoffen. ‘We kijken ook naar hernieuwbare materialen. Biologisch afbreekbare kunststoffen zorgen met name in hun end-of-life voor de nodige problemen. Niet elk land heeft de infrastructuur om deze materialen composteren. Als een producent die wereldwijd actief is, kunnen we onze consumenten niet vertellen dat deze materialen worden gecomposteerd. Daarmee vervalt voor ons dan ook een product benefit.’ Volgens Gueye is het maar de vraag of composteerbaarheid wel zo duurzaam is. Immers, het materiaal vergaat en de vrijkomende energie gaat de lucht in. Dat is, vergeleken met recycling of het herwinnen van de energetische waarde, niet echt een circulair business model.