Lees verder
De beschikbaarheid van biomassa in Europa vormt een groot probleem. We hebben hier te weinig grondstoffen voor goedkope toepassingen terwijl deze in de VS of in Brazilië wel voorhanden zijn, neem bijvoorbeeld de bijproducten van mais- of suikerrietteelt. Daardoor is een tweede generatie ethanolproces, waar zovelen reikhalzend naar uitkijken, niet mogelijk in Europa.
Johan Sanders

De vraag is dan ook: kunnen we in Europa een slimmere manier vinden, bijvoorbeeld in de vorm van grote stromen biomassa, waarvan de hoofdcomponent zoveel waarde heeft dat deze in economische zin de lage waarde van de ‘calorische toepassingen’ kan compenseren?

Wellicht ligt het antwoord in de veevoederindustrie. Dankzij deze sector heeft Nederland de grootste hoeveelheid biomassa beschikbaar, uitgedrukt per inwoner danwel per hectare. Deze biomassa wordt wel vrij inefficiënt ingezet. Componenten die niet verteerd worden en in de mest terecht komen, worden op de koop toegenomen.

Als we de waardevolle stoffen, zoals eiwit en voor dieren bruikbare energie scheiden, dan komen grote hoeveelheden biomassa beschikbaar voor de productie van transportbrandstoffen, elektriciteit of warmte.

Echter, voor de diervoederindustrie is er weinig reden tot verandering zolang als de geïmporteerde grondstoffen goedkoop zijn. Het initiatief voor samenwerking zou dus uit de energiehoek moeten komen.

Een andere economische compensatie voor het goedkoop beschikbaar maken van grondstoffen voor energietoepassingen kan geboden worden door de chemische industrie. Als we biomassacomponenten met geschikte moleculaire structuur benutten, hebben we veel minder kapitaal nodig in de vorm van fabrieksprocessen die niet meer nodig zijn en kunnen we ons veroorloven meer kosten te maken voor de grondstoffen dan in de huidige petrochemie het geval is.

Jammer genoeg stimuleert de overheid deze ontwikkeling niet. Integendeel, zij stimuleert de laagwaardige toepassingen met accijnsverlagingen, subsidies en met verplichte productie. Bovendien biedt zij aan grote chemische bedrijven fossiel aardgas aan tegen verlaagde tarieven. Hierdoor zal de chemie nog minder geneigd zijn om de bakens te verzetten.

De overheid kan visie tonen wanneer zij een deel van de tariefsverlaging zou oormerken als budget om onderzoek uit te voeren naar nieuwe processen gebaseerd op biomassa met eerder genoemde voordelen. Alleen dan zullen we over 10 jaar nog een krachtige chemische industrie in Nederland hebben en betaalbare grondstoffen voor energieopwekking.