Veertig start-ups en scale-ups pitchten hun oplossingen voor een duurzamere industrie, maar de discussies tussen experts op het podium gingen vooral over hoe te voorkomen is dat al deze veelbelovende innovaties mislukken voordat ze zelfs maar de kans hebben gekregen om te groeien.
De gezamenlijke conclusie bleek ontnuchterend en urgent: de technologie is er, evenals het ondernemerschap, maar het Europese ecosysteem loopt vast op het moment dat het spannend wordt – de opschaling van laboratorium naar demo en van demo naar grootschalige productie.
Groeiende uitdaging
Dirk Carrez, uitvoerend directeur van het Bio-based Industries Consortium (BIC), medeorganisator van dit evenement, opende de dag met een scherpe schets van die paradox. Terwijl BIC twaalf jaar geleden begon met een handvol bedrijven, telt het netwerk nu bijna 400 leden, waarvan 80 procent mkb’s/kmo’s zijn.
Deze groei toont aan dat er veel innovatie is in de biobased sectoren, maar volgens Carrez is dit nog maar het begin. De bio-economie zal alleen floreren als de hele waardeketen meebeweegt: van grondstoffen via technologie tot toepassingen. “Als je de bio-economie echt wilt stimuleren, moet je volledige waardeketens opzetten: van de levering van grondstoffen tot nieuwe toepassingen”, benadrukte hij. Om dit te bereiken is het cruciaal dat niet alleen onderzoek, maar ook productie in Europa is verankerd. BIC boekt op dit gebied grote vooruitgang, onder meer door zijn gezamenlijke onderneming met de Europese Commissie, de Circular Bio-based Europe Joint Undertaking (CBE JU).
Carrez wees erop dat bedrijven elkaar gemakkelijker moeten kunnen vinden, dat regelgeving vaak te traag is en dat de toegang tot grondstoffen onvoldoende is gewaarborgd. “Als je in Europa wilt investeren, heb je een kritisch kader nodig”, waarschuwde hij. De boodschap was duidelijk: Europa heeft beleid nodig dat even innovatief is als haar ondernemers.
R&D fase voorbij
Die analyse werd verder verfijnd door Dries Maes, adviseur bio-economie van de Vlaamse regering. Volgens hem heeft Europa het punt bereikt waarop onderzoek en ontwikkeling hun werk hebben gedaan – nu moet de sector bewijzen dat zij kan groeien. “Het tijdperk van R&D werpt zijn vruchten af”, zei hij, “en nu is het tijd om al deze investeringen op te schalen.”
Europa staat echter voor twee “valleien des doods”: één van laboratorium naar demofabriek, en een nog gevaarlijkere van demo naar commerciële productie. “We hebben het nu over deze tweede vallei des doods: van het huidige niveau naar daadwerkelijke investeringen voor productie.”
Regelgeving is een groter obstakel dan vaak wordt aangenomen. Vergunningen duren te lang, definities botsen en het beleid is versnipperd, merkte Maes op. Hij deed ook een opvallende observatie: banken begrijpen de sector vaak niet goed genoeg om financiering te verstrekken. “Gewone banken hebben weinig idee van wat er werkelijk gaande is. Het is onbekend terrein.” Zijn afsluitende advies: “We moeten vooral ook buiten onze sector kijken als we willen dat de opschaling slaagt.”
Openhartige discussie
De roep tot opschaling vormde de opmaat voor een discussie waarin investeerders en fondsbeheerders ingingen op de financiële realiteit daarachter. Panelvoorzitter Dirk Carrez wees op een recent onderzoek van de EIB waaruit blijkt dat Europa jaarlijks 500 tot 700 miljoen euro tekort komt om technologie van het laboratorium naar demoschaal te brengen, en zelfs 2 tot 2,5 miljard euro om van demonstratieprojecten tot commerciële productie te komen. “Dat is enorm”, aldus Carrez. “Er is bereidheid om te investeren, maar het is voor bedrijven erg moeilijk om de steun, de lening, de financiering te bemachtigen.”
De panelleden spraken openhartig over de belemmeringen die zij dagelijks tegenkomen. Marcus Remmers (Novo Holdings) vatte de administratieve rompslomp bondig samen: “Het voelt alsof je vijf proefschriften moet schrijven. Laten we het twee keer zo snel doen en met een derde van het papierwerk.”
Pieter van Gelderen (Icos Capital) wees op het gebrek aan onderscheidende technologie: “We hebben technologie nodig die echt disruptief is. Het is zoeken naar die gouden sterren.”
Wouter van der Putten (Capricorn Partners) stelde dat de logica van durfkapitaal, waarbij investeringen snel aanzienlijke winsten moeten opleveren, slecht past bij biobased productie, die hoge kapitaalkosten en lange doorlooptijden kent. “De exitwaarderingen in de biobased wereld passen niet echt binnen de huidige VC-matrix.”
Jowita Sewerska (ECBF) voegde hieraan toe dat veel bedrijven te technologiegedreven blijven. “We kunnen geen technologische push meer hebben. We moeten marktdoelen ontwikkelen.”
En volgens Katrien Swerts (Rabo Investments) zitten bedrijven klem tussen de criteria van banken en de marktomstandigheden: “Om op te schalen moeten alle puzzelstukjes in elkaar vallen.” Zonder koopcontracten krijgt een bedrijf geen bankfinanciering om een fabriek te bouwen, maar zonder fabriek krijgt het ook geen koopcontracten – het is een herkenbare vicieuze cirkel.
Van analyse tot oplossingen
De teneur werd echter ook constructiever. Het panel zag tal van mogelijkheden om opschaling mogelijk te maken. Zo werd er duidelijk opgeroepen om pensioenfondsen en banken aan te moedigen een klein deel van hun vermogen te investeren in risicovolle, biobased projecten. Volgens Swerts zou dit een enorme hefboomwerking hebben zonder grote risico’s voor deze instellingen.
Sewerska pleitte voor snellere marktvalidatie: start-ups moeten producten eerder in een echte omgeving kunnen testen, zodat ze sneller kunnen bevestigen dat een product geschikt is voor de markt, of moet worden aangepast.
Van Gelderen riep bedrijven op om kapitaalefficiënter te werken door gebruik te maken van bestaande industriële installaties in plaats van hun eigen faciliteiten te bouwen. “Gebruik zo min mogelijk kapitaal, door gebruik te maken van onbenutte industriële capaciteit.”
Ondertussen groeit het aanbod aan Europese financieringsmogelijkheden. Remmers wees op het nieuwe Scaleup Europe Fund van meerdere miljarden euro’s, dat zich specifiek richt op de tweede “vallei des doods” – precies de sprong waar veel bedrijven momenteel falen.
Optimisme aan het einde van de paneldiscussie kwam voort uit het groeiende aantal bedrijven dat tot de markt doorbreekt ondanks alle barrières. “Er is een aantal goede bedrijven en mooie successen in de maak”, aldus Van Gelderen. “Die voorbeelden zullen erg belangrijk zijn voor de rest van de sector.”
Carrez sloot af met de aankondiging dat alle inzichten uit de sessie zullen worden verwerkt in een gezamenlijk actieplan van BIC, de Europese Commissie en de EIB. “De volgende stap is actie”, zei hij. Het klonk tegelijk als een belofte een een waarschuwing.
Stap naar echte productie
Tech Tour Biobased Industries 2025 tooonde een sector die technologisch volwassen is, maar institutioneel nog onvoldoende wordt gefaciliteerd. Europa heeft de kennis, het talent en de innovatiekracht om de biobased industrie groot te maken. Wat ontbreekt is snelheid, duidelijkheid en een financieringssysteem dat geschikt is voor fabrieken, in plaats van apps.
De vraag is niet langer of biobased technologie werkt. De vraag is of Europa de moed heeft om de stap naar echte productie te zetten. De tijd om op te schalen is niet morgen, maar vandaag.
Dit artikel kwam tot stand in samenwerking met het Bio-Based Industries Consortium (BIC).
