Lees verder
Vlaanderen is bijzonder ambitieus wat de biogebaseerde economie betreft. Dat is niet verwonderlijk: de combinatie van diep water, uitstekende chemische bedrijven en de agrarische omgeving biedt veel kansen. Wat zijn de ambities van Oost- en West Vlaanderen? Daarbij bijzondere aandacht voor de witte, dus industriële, biotechnologie.
Koen Vandepopuliere

Vlaanderen wil tegen 2030 bij de top van meest competitieve bio-economieregio’s in Europa behoren. Provincie Oost-Vlaanderen is koploper wat de Vlaamse bio-economie betreft. Eén van de belangrijke spelers is Universiteit Gent, dat fors investeert in gen- en biotechnologie en materiaalkunde: het zijn onderzoeksgebieden waarin de onderwijs- en onderzoeksinstelling excelleert.

Eén van de professoren van deze universiteit, Wim Soetaert, is bezieler en CEO van de Bio Base Europe Pilot Plant, in de haven van Gent. Het betreft een proeffabriek die toonaangevend is in Europa voor de ontwikkeling van nieuwe, biogebaseerde processen en producten zoals bioplastics, biodetergenten, biosolventen, biochemicaliën en biomaterialen. In juni vierde de fabriek haar vijfjarig bestaan. Tijdens de viering werden twee nieuwe 15.000 liter bioreactoren ingehuldigd door Minister Muyters. Onder meer firma ArcelorMittal gaf toen uitleg over haar activiteiten wat betreft de biogebaseerde economie. Zo wil de staalproducent, op haar site in de haven, biobrandstoffen produceren. Dat zal gebeuren door microben die het hoogovengas fermenteren zodat bio-ethanol ontstaat.

Volgens Soetaert heeft Oost-Vlaanderen een voortrekkersrol in de Belgische biogebaseerde economie. ‘Bedrijven en publieke organisaties die de biogebaseerde economie genegen zijn, hebben zich georganiseerd binnen Ghent Bio-Economy Valley: GBEV. Die heeft als doel de biogebaseerde economie te stimuleren in de Gentse regio. Ze is in korte tijd uitgegroeid tot een internationaal toonaangevend\ cluster.’

Interdisciplinaire samenwerking

Initiatieven om de bioeconomie een duwtje in de rug te geven, neemt ook de Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij (POM) Oost-Vlaanderen. Die zag bijvoorbeeld in dat de ontwikkeling van de biogebaseerde economie is gebaat met een interdisciplinaire samenwerking vanuit zeer verschillende onderzoeksgebieden zoals biotechnologie, bioinformatica, landbouwwetenschappen, (bio-)chemie en ingenieurswetenschappen.

Daarom startte de POM het kennisplatform Ceebio. Via zijn databank CeebioDB geeft dat toegang tot gegevens over onderzoekers en bedrijven die actief zijn in de verschillende gebieden van de biogebaseerde economie. Ceebio staat open voor nieuwe partners, en zoekt naar samenwerking met gelijkaardige platforms in andere landen. In eerste instantie kijkt het daarvoor naar Nederland.

Dan is er nog CINBIOS, het Cluster for Industrial Biotechnology Solutions. Het is een initiatief van organisaties die activiteiten ontplooien in de bio-economie: Ghent Bio-Economy Valley, FlandersBio en essenscia, de Belgische federatie van de chemische industrie en life sciences. CINBIOS faciliteert netwerken tussen bedrijven en kenniscentra (universiteiten, hogescholen en onderzoeksinstituten) die bezig zijn met industriële biotechnologie.

Textiel


Eveneens belangrijk is VIB, het Vlaams Instituut voor Biotechnologie. Het doet basisonderzoek met het oog op toepassingen in bijvoorbeeld geneeskunde en landbouw. Een voorbeeld van een Oost-Vlaamse biotechprestatie is geleverd door Inbio.be, het expertisecentrum voor industriële biotechnologie en biokatalyse. Dat centrum is er als eerste in geslaagd om moedermelksuiker, dat niet in koemelk is te vinden, na te maken uit suikerbieten in een laboratorium. Al in 2016 zou nieuw melkpoeder met deze suiker op de markt kunnen komen. Spin-off Inbiose voert nu onderhandelingen met mastodonten in de voedingssector als Nestlé en Danone, om de suiker op grote schaal te produceren. Typerend voor zowel provincie Oost- als West-Vlaanderen is dat ze sterke textielbedrijven hebben. Enkele voorbeelden van verwezenlijkingen in de bio-economie zijn dan ook daar te vinden. Zo introduceerden zowel De Saedeleir Textile Platform als Beaulieu Technical Textiles biologisch afbreekbaar geotextiel.

Kringlopen sluiten

De provincie West-Vlaanderen heeft een meer agrarisch karakter dan Oost-Vlaanderen, en er is minder witte (industriële) biotechnologie. Maar ook daar zijn markante initiatieven op te tekenen. Bijvoorbeeld is daar Inagro, dat onderzoek doet en advies geeft naar partijen in de land- en tuinbouw. Jaarlijks neemt dat centrum deel aan meer dan 100 projecten. Bijvoorbeeld is Inagro actief in verschillende onderzoeksprojecten die het sluiten van energetische kringlopen, of het recupereren van nutriënten, onderzoeken en uitdiepen. Zo is onderzocht in hoeverre met grasmaaisel energie is op te wekken, via vergisting. Inagro heeft ook veldproeven met biogebaseerde minerale meststoffen uitgevoerd, dit in kader van projecten als ARBOR en NutriCycle. Nog een projectvoorbeeld is COMBINE, waarin werd bekeken of organisch afval van stad en platteland om te zetten is in bio-energie.

Bioplastics

In Kortrijk is Biogas-E te vinden, het platform voor anaerobe vergisting in Vlaanderen. Binnen Biogas-E zijn er drie werkgroepen: biomethaan, biogebaseerde bemesters en kleinschalige vergisting. Een recent project waaraan Biogas-E deelnam, is BIOREFINE, dat reststromen uit de agro- en voedingsindustrie zoveel mogelijk wil valorizeren. Het platform werkte ook samen met het Vlaams Energieagentschap, bijvoorbeeld bij overleg over onrendabele pieken bij groene stroom- en WKK-projecten.
Nog in Kortrijk bevindt zich VKC (Vlaams KunststofCentrum), een kennis- en onderzoekscentrum waar veel kennis is en wordt opgebouwd over biogebaseerde plastics. Voor een deel op deze locatie werd het project FlaxHemPlast uitgevoerd. Dat had als doel om kort gesneden vlas- en hennepvezels te gebruiken voor de versterking en verdere functionalisering van kunststoffen. Dat project is intussen afgerond en mondde uit in project ValorFlax: dat focust op de verdere business development van de nieuwe materialen die uit FlaxHemPlast zijn voortgekomen.

VITO

Een voorbeeld van een West-Vlaams bedrijf, actief in witte biotechnologie, is Beologic. Het focust op WPC’s (Wood-Plastic Composites). Bijvoorbeeld: 50 procent houtvezels in PVC. Het gaat dus over materialen of producten die voor een deel bestaan uit één of meer natuurlijke vezels of melen, en voor een ander deel uit polymeren.

Tenslotte is er VITO, de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek. Deze onderzoeksorganisatie draagt bij aan de transitie naar een biogebaseerde economie. In Vlaanderen heeft VITO zes kantoren. Eén ervan is te vinden in Gent, en één in het West-Vlaamse Oostende. Ludo Diels, wetenschappelijk manager duurzame chemie bij de onderzoeksinstelling: ‘In Oost-Vlaanderen werkt VITO samen met de Bio Base Europe Pilot Plant. Een deel van onze apparatuur is naar deze lokatie verplaatst voor de inzet in grotere samenwerkingsprojecten.’
Vlaanderen wil dat zijn biogebaseerde economie tot de top in Europa behoort. En, het mag duidelijk zijn: Oost- en West-Vlaanderen zijn vastbesloten er hun steentje toe bij te dragen.