Lees verder
De internationale financiële sector neemt afstand van de uitgesproken klimaatambities die enkele jaren geleden nog hoog op de agenda stonden, meldt de New York Times. Grote Amerikaanse banken en vermogensbeheerders trekken zich terug uit klimaatcoalities, herzien eerdere toezeggingen en communiceren minder nadrukkelijk over duurzaamheid. De focus verschuift zichtbaar richting rendement, risicobeheersing en energiezekerheid.
Redactie / New York City

Deze omslag is opvallend, omdat de financiële sector zich rond 2020 juist positioneerde als voorvechter van het klimaat. BlackRock-CEO Larry Fink pleitte destijds voor een fundamentele hervorming richting beleggen met aandacht voor milieu, sociale factoren en goed bestuur (ESG). Het leek een mainstream investeringsstrategie te worden. Grote banken beloofden hun kredietverlening in lijn te brengen met het Klimaatakkoord van Parijs. De ‘Net Zero’ bankiersalliantie, opgericht tijdens de klimaattop COP26 in 2021, wilde tegen 2050 geen nieuwe CO2-uitstoot meer financieren, al bleef het in de praktijk bij intenties zonder consequenties.

Tegelijkertijd ontstond een sterke markt voor duurzame beleggingsproducten, waar pensioenfondsen en institutionele beleggers nadrukkelijk om vroegen. ESG was daarmee niet alleen een strategische positionering, maar ook een commercieel aantrekkelijk segment.

Wetgeving tegen ESG

Republikeinse politici en conservatieve belangenorganisaties in de VS betoogden echter dat financiële instellingen zich minder met maatschappelijke thema’s moesten bezighouden. Verschillende Amerikaanse staten trokken publieke middelen terug uit beleggingen bij vermogensbeheerders. Ze introduceerden zelfs wetgeving gericht tegen ESG-strategieën. Ook groeide de aandacht voor juridische risico’s rond mededingingsregels en de fiduciaire plicht van beursgenoteerde bedrijven (de plicht tot handelen in het belang van aandeelhouders).

Na de herverkiezing van Donald Trump in 2024 stapten alle grote Amerikaanse banken uit de Net-Zero Banking Alliance, waarna de organisatie uiteenviel. Ook andere klimaatinitiatieven werden opgeschort of heroverwogen. Sommige instellingen versoepelden hun beperkingen op de financiering van fossiele energieprojecten en verminderden hun steun voor klimaatresoluties van aandeelhouders.

Verwijzingen naar klimaat en duurzaamheid lijken inmiddels uit de mode; ze namen het afgelopen jaar sterk af in de kwartaalupdates. Klimaatdoelstellingen zijn niet langer onderdeel van de strategische profilering, de nadruk ligt nu op financiële prestaties, leveringszekerheid en het beperken van risico’s. De energietransitie blijft een investeringsdomein, maar wordt benaderd met een duidelijk zakelijker afweging en minder uitgesproken ambities dan enkele jaren geleden.

Lees het volledige artikel in de New York Times

Beeld: Erman Gunes/Shutterstock