Lees verder
Limburg en de omringende grensregio’s beschikken over de nodige landbouwgrond. In de reststromen ligt een ongekend potentieel aan waardevolle grondstoffen en producten besloten. Zeven partijen in het grensoverschrijdende BIVAC-project onderzoeken samen de haalbaarheid van de verwerking van die reststromen. Projectcoördinator Phytowelt zet met hulp van het Bio Treat Center de strategische lijnen uit.
Marjolein Roggen

Prei, uien, witte kool, tomaten en gras. Het zijn slechts een paar van alle agrarische producten in Limburg en omstreken, waarvan de reststromen proteïnen, suikers en cellulose bevatten. ‘’Door ze op het land te laten liggen, verspil je deze waardevolle grondstoffen”, stelt Dirk Wascher van Phytowelt. “Iets waar boeren nu nog niet echt bij stilstaan.” Hetzelfde geldt voor de reststromen die na het inblikken van groenten overblijven.

Zakelijk model

Wat zit erin en wat kun je ermee? Kunnen grondstoffen teruggewonnen worden en wel zo dat er een aantrekkelijk zakelijk model uitrolt? Vanuit die gedachte hebben zeven partijen uit Limburg, Brabant, Noordrijn Westfalen en Nederrijn het initiatief genomen voor het Interreg-project BIVAC. Na een periode van voorbereiding zijn ze begin 2018 begonnen. Elke partij brengt zijn eigen deskundigheid en zakelijk belang in. Zo heeft NewFoss ervaring met cellulose uit houtige biomassa, maar de voorraad daarvan in de regio is beperkt. En zo ligt bij Grassa! de focus op eiwit uit gras voor veevoer, maar wil het bedrijf zijn machines ook voor hardere biomassa kunnen inzetten.

Wat hen bindt, is dat ze uit een en dezelfde biomassastroom zoveel mogelijk grondstoffen willen winnen; dus zowel cellulose als proteïnen als suikers. Niet alle reststromen zijn echter even geschikt, weet Wascher. “Wil je biomassa kunnen fermenteren tot glucose dan moet ze minstens 45% suiker bevatten. En die moet je er door geavanceerde voorbewerking ook daadwerkelijk uit kunnen halen.” Als dat lukt, dan kun je bijvoorbeeld de kleur- en smaakstof astaxanthine produceren. Opbrengst: €700,- tot €2000,- per kilo. Soms zitten er echter ook giftige stoffen in, die de restroom minder aantrekkelijk maakt. Dat onderzoekt de Hogeschool Rhein-Waal.

De boer op

In het project wordt onderzocht welke regionale reststromen er zijn en welke het meest lucratief zijn. Vooralsnog gaat het om proeven met kleine hoeveelheden van een kilo of twee, die in het laboratorium bewerkt en geanalyseerd worden. Inmiddels zijn 15-20 biomassastromen getest. Daarmee gaan Phytowelt en het BTC in Venlo dit jaar letterlijk de boer op. Zij brengen aanbieders en afnemers uit de keten bij elkaar. De volgende belangrijke stap is een studie naar de beschikbaarheid van en logistieke opties voor bestaande biomassastromen in het grensoverschrijdend gebied tussen Duitsland en Nederland. Wascher verwacht dat in 2021-2022 met de opschaling van 2-3 biomassastromen begonnen kan worden.

 

Dit artikel kwam tot stand in samenwerking met BIVAC.
Beeld: BIVAC

In het BIVAC-project participeren Phytowelt (projectcoördinator), BioTreatCenter, Grassa!NewFossBiorefinery SolutionsHochschule Rhein-Waal en CLIB2021.