Lees verder
Biogrondstoffen zijn essentieel voor het versterken van de Europese strategische autonomie, het terugdringen van COâ‚‚-uitstoot en het stimuleren van een toekomstbestendige industrie. Dat stellen het Lectorenplatform Biobased Economy, het Lectorenplatform Applied Science en de Federatie Bio-economie Nederland in een nieuw position paper. Deze brede coalitie van kennisinstellingen en sectororganisaties roept het kabinet op om werk te maken van een integrale strategie voor biogrondstoffen.
Redactie / 's-Hertogenbosch

De oproep komt op een moment waarop Europa geconfronteerd wordt met grote geopolitieke en economische onzekerheden, waaronder verstoringen in grondstoffenketens, energieafhankelijkheid en de klimaatopgave. De afhankelijkheid van fossiele grondstoffen zoals olie en gas maakt de economie kwetsbaar, stellen de auteurs van het paper. Biogrondstoffen – afkomstig uit landbouw, bosbouw en reststromen – kunnen volgens hen een sleutelrol spelen in het verminderen van deze afhankelijkheid. Daarmee sluit de oproep aan bij de recent gepresenteerde Europese bio-economiestrategie.

Biogrondstoffen zijn niet alleen relevant voor energie, maar juist ook voor materialen, chemie en bouw, aldus de auteurs. Zo kunnen biobased bouwmaterialen bijdragen aan het versnellen van de woningbouw, terwijl toepassingen in bioplastics en groene chemie nieuwe industriële kansen creëren. Tegelijkertijd dragen deze toepassingen bij aan langdurige CO₂-opslag en een lagere uitstoot.

De auteurs zien een centrale rol voor de landbouw, die opnieuw een motor voor de economische ontwikkeling van Nederland kan worden, net als in de jaren van wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog. Door in te zetten op meervoudig gebruik van gewassen voor voedsel, materialen en energie kan zowel de voedselzekerheid als de beschikbaarheid van biogrondstoffen worden versterkt. Dat betekent wel een beleidswijziging: minder inzetten op fossiele brandstoffen, want dat gaat ten koste van groene grondstoffen.

Nieuw verdienmodel

Volgens de initiatiefnemers kan Nederland tegen 2030 circa 10 miljoen ton extra biogrondstoffen produceren zonder de voedselvoorziening te schaden, terwijl tegelijkertijd biodiversiteit kan worden versterkt. Het betekent ook een nieuw verdienmodel voor boeren. Ook de logistiek kan daarvan profiteren. Zo zou Nederland kunnen uitgroeien tot een belangrijke Europese hub voor biobased industrie, dankzij zijn uitgebreide logistieke infrastructuur en bestaande industrie.

Tot slot wordt benadrukt dat veel kennis over biogrondstoffen al beschikbaar is, maar onvoldoende wordt toegepast. De auteurs pleiten daarom voor een brede kennisagenda en betere ontsluiting van data, ondersteund door digitalisering en samenwerking tussen onderwijs, onderzoek en bedrijfsleven.

Lees het volledige position paper hier (pdf, 461k)

Beeld: Fotokostic/Shutterstock