Lees verder
De Europese verpakkingssector staat onder toenemende druk om te verduurzamen. Merkhouders en retailers krijgen te maken met strengere regelgeving, hogere verwachtingen van consumenten en groeiende aandacht voor de milieu-impact van verpakkingsmaterialen. Tegen deze achtergrond groeit de belangstelling voor vezelgebaseerde verpakkingen snel. Wat ooit werd gezien als een niche-alternatief, ontwikkelt zich steeds meer tot een kernonderdeel van de bredere bio-economie en de Europese ambities rond circulariteit.
Dirk Carrez (BIC)
Dirk Carrez (BIC)

Om te verkennen hoe ver deze transitie inmiddels is gevorderd — en waar de grenzen liggen — organiseerde het Bio-based Industries Consortium (BIC) een webinar over vezelgebaseerde verpakkingen. In zijn opening maakte Dirk Carrez, uitvoerend directeur van BIC, duidelijk dat het doel van de webinarreeks niet is om één materiaal of technologie als universele oplossing te presenteren. Het gaat er juist om zichtbaar te maken waar biobased oplossingen vandaag al concrete waarde leveren en waar verdere innovatie nodig blijft. De bio-economie draait volgens Carrez om het maken van de juiste materiaalkeuzes voor de juiste toepassingen, ondersteund door nauwe samenwerking tussen industrie, innovators en beleidsmakers.

Die insteek vormt de rode draad in het webinar, waarin drie complementaire perspectieven samenkomen: een marktbrede analyse (Smithers), de praktijk van materiaalinnovatie en regelgeving (PaperFoam) en een systeembenadering van flexibele verpakkingen (Paptic).

Groeimotor, geen wondermiddel

Volgens Ciaran Little, Vice President Global Consulting bij Smithers, staat het buiten kijf dat verpakkingen de toekomst van de papierindustrie bepalen. “Verpakkingen zijn echt de groeimotor van de papierindustrie”, stelde hij tijdens het webinar. De wereldwijde verpakkingsmarkt vertegenwoordigt inmiddels circa 1.174 miljard dollar voor alle materialen en groeit met ongeveer 3,5 procent per jaar. Het aandeel van vezelgebaseerde verpakkingen daarin neemt gestaag toe.

Ciaran Little (Smithers)
Ciaran Little (Smithers)

Die groei is echter ongelijk verdeeld. Vezelgebaseerde verpakkingen zijn een verzamelterm voor uiteenlopende segmenten, waaronder golfkarton, vouwkarton, vloeistofkarton (zoals melk- en sappakken), flexibele papierverpakkingen, gevormde (pulp)vezelverpakkingen en labels. Elk segment kent zijn eigen dynamiek en technische beperkingen. In absolute zin blijft golfkarton dominant, met een verwachte groei van 22 miljoen ton richting 2030, vooral gedreven door e-commerce en logistiek.

De hoogste groeipercentages zijn echter te vinden in kleinere, innovatievere segmenten. Gevormde vezelverpakkingen van papierpulp groeien naar verwachting met circa 5 procent CAGR, terwijl flexibele papierverpakkingen rond de 3 procent CAGR uitkomen. “Deze pulpverpakkingen groeien wereldwijd het snelst”, aldus Little. Dat weerspiegelt hoe vezeloplossingen terrein winnen in toepassingen die traditioneel door plastic werden gedomineerd.

Tegelijk waarschuwt Little voor overspannen verwachtingen. Vezelgebaseerde verpakkingen betekenen niet het einde van plastic. “Er zijn tal van uitdagingen bij het vervangen van plastic, zowel qua functionele prestaties als qua commerciële aantrekkelijkheid en waardepropositie”, benadrukt hij. Barrière-eigenschappen, perforatieweerstand en voedselveiligheid blijven in veel toepassingen doorslaggevend voor de voedselveiligheid en het minimaliseren van voedselverspilling. Kunststoffen bieden daarnaast vaak voordelen op het gebied van kosten en verwerking. Bovendien innoveert ook de plasticsector zelf, onder meer via beter recyclebare monomateriaaloplossingen.

Europa neemt hier een dubbelzinnige positie in. “Consumenten in Europa zijn over het algemeen het meest milieubewust en tegelijkertijd is dit de regio met de meest intensieve regelgeving”, stelt Little. Beleidsinstrumenten zoals PPWR, EPR en SUPD versnellen de beweging richting circulariteit, maar zorgen ook voor onzekerheid zolang interpretaties, testmethodes en handhaving nog niet volledig zijn uitgekristalliseerd. De grootste technologische kansen ziet Little in technologie om pulpverpakkingen droog te vormen en in duurzame barrièrecoatings voor flexibele papierverpakkingen. Daarbij is één voorwaarde cruciaal: “Als consumenten vertrouwen willen houden in recycling, moeten merkeigenaren zorgen dat inkten, coatings en lijmen op grote schaal recyclebaar zijn.”

De realiteit van duurzaamheid

Mark Geerts laat zien hoe deze transitie in de praktijk uitpakt. Het Nederlandse PaperFoam produceert sinds eind jaren negentig biobased schuimverpakkingen op basis van aardappelzetmeel en cellulosevezels, via een uniek bakproces. “We bakken een slurry in een hete mal van 200 graden Celsius”, legt Geerts uit. “Daarbij verdampt het water en ontstaat door de luchtbelletjes een licht, vormvast schuim.”

Mark Geerts (PaperFoam)
Mark Geerts (PaperFoam)

De milieuprestaties zijn opvallend sterk, met 1,2 kilo CO₂-uitstoot per kilo product. Daarmee valt de CO₂-voetafdruk 60 procent lager uit dan bij EPS (piepschuim) of traditionele verpakkingen van papierpulp. PaperFoam wordt inmiddels wereldwijd op industriële schaal toegepast in elektronica, cosmetica, voeding en medische producten.

Geerts ziet een duidelijke verschuiving in de markt. Waar PaperFoam vroeger moeite had om toegang te krijgen tot het bedrijfsleven, wordt het bedrijf nu steeds vaker zelf benaderd, soms op directieniveau. De uitstraling en duurzaamheid wegen daarbij steeds zwaarder, naast bescherming van het verpakte product. “De gladde afwerking en kleurmogelijkheden versterken de ‘unboxing experience’, terwijl het hoge biobased aandeel goed aansluit bij duurzaamheids-doelstellingen.”

Juist op dit vlak botst PaperFoam echter met de huidige regelgeving. Technisch gezien is het materiaal zowel composteerbaar als papier-recyclebaar, maar formeel voldoet het niet aan de huidige definitie van ‘recyclebaar op schaal’. “Volgens de officiële testmethoden is 100 procent PaperFoam te plakkerig vanwege het hoge zetmeelgehalte”, zegt Geerts. Hij verwijst daarmee naar de CEPI/4EverGreen test. “In realistische mengstromen zou PaperFoam gewoon door de test komen.”

Omdat regelgeving echter leidend is, werkt Geerts momenteel aan PaperFoam 4.0, een vezelrijkere variant die de 100%-test wel doorstaat. Dat betekent concessies: iets meer gewicht en minder focus op maximale klimaatwinst, in ruil voor juridische acceptatie. Tegelijk investeert het bedrijf in extrusietechnologie op basis van zetmeel en vezels om het schuim dikker te maken, zodat het ook voor zwaardere toepassingen een echt alternatief vormt voor EPS. Voor Geerts illustreert dit de kern van de uitdaging: innovatie moet zich soms aanpassen aan het systeem, zelfs als dat systeem technisch achterloopt.

Flexibiliteit sleutel tot systeemverandering

Waar PaperFoam zich richt op gevormde verpakkingen, pakt Paptic een van de moeilijkste segmenten aan: flexibele verpakkingen. Volgens Heidi Saxell, Chief Product Innovation Officer, ligt het succes hier vooral in systeemcompatibiliteit. “Het zijn in feite ‘drop-in’-materialen voor bestaande verpakkingslijnen”, zegt zij over de Paptic-materialen.

Heidi Saxell (Paptic)
Heidi Saxell (Paptic)

Paptic werd in 2015 opgericht als spin-off van het Finse onderzoeksinstituut VTT en startte al in 2018 met industriële productie via contract manufacturing in bestaande papierfabrieken. Het materiaal is volledig vezelgebaseerd, maar biedt eigenschappen die klassiek papier niet heeft: flexibiliteit, scheurvastheid en vouwbaarheid, terwijl het recyclebaar blijft in de papierstroom.

Snelheid is daarbij doorslaggevend. “We hebben snelheden van meer dan 1.200 verpakkingen per minuut gehaald, -hetzelfde tempo als bij plastic verpakkingen”, aldus Saxell. Dat maakt Paptic geschikt voor volumemarkten zoals hygiëneverpakkingen, e-commerce mailers en herbruikbare draagtasjes. Vooral de verpakkingen voor maandverband ziet Paptic als een belangrijke groeimarkt, vanwege de hoge eisen aan zachtheid, betrouwbaarheid en uitstraling.

Opvallend is de bewuste keuze om niet in te zetten op composteerbaarheid. “We kiezen er bewust voor om voorlopig niet in te zetten op composteerbaarheid. PPWR en recycleerbaarheid op schaal geven ons de mogelijkheid om volledig aan te sluiten bij bestaande recyclinginfrastructuur”, zegt Saxell. Hiermee houdt Paptic de drempel voor marktacceptatie zo laag mogelijk. Innovatie in verpakkingen is volgens haar bovendien per definitie risicovol. “Er bestaat geen makkelijke weg. Het is hard werken”, benadrukt ze. Samenwerking in de keten is daarbij cruciaal en concurrenten moeten soms partners worden.

Vooruitgang vraagt om afstemming

Samen laten de drie perspectieven zien dat de ontwikkeling van vezelgebaseerde verpakkingen plaatsvindt in een spanningsveld tussen marktgroei, technologie en beleid. Smithers toont de structurele groei én de reële grenzen van papier ten opzichte van plastic. PaperFoam laat zien hoe ver materiaalinnovatie kan zijn — en waar regelgeving achterblijft bij technische realiteit. Paptic maakt duidelijk hoe bepalend systeemcompatibiliteit is voor succes, met name in flexibele verpakkingen.

De conclusie is helder: de toekomst van vezelgebaseerde verpakkingen ligt niet in één universele oplossing, maar in gerichte keuzes per toepassing. Of, zoals Little het samenvatte:
“Vezelgebaseerde verpakkingen zijn een echte broedplaats voor innovatie.” Die innovatie kan alleen tot volle wasdom komen wanneer materiaalontwikkeling, beleidskaders en industriële realiteit beter op elkaar worden afgestemd — precies de uitdaging waar de bio-economie de komende jaren in zijn geheel voor staat.

Dit artikel kwam tot stand in samenwerking met het Bio-based Industries Consortium (BIC)

Beeld bovenaan: Paptic Perdix