Log in
In de transitie naar een (grotendeels) biobased economie zijn het vaak de processen (up- en downstream) die nog niet robuust genoeg zijn of nog te weinig yield genereren. Dat geldt ook voor de polymeerchemie, lees de omzetting van monomeren naar biopolymeren.
Lucien Joppen

Tijdens het 6de BPM-congres, dat medio juni plaatsvond in Wageningen, bleek eens te meer dat pilot plants een onmisbare link vormen tussen onderzoek en industriële productie. Juist in deze fase zullen nieuw ontwikkelde processen zich moeten bewijzen. Is de stap naar een echte fabriek economisch en technisch haalbaar en wat zijn de prestaties van de producten uit het proces in applicaties? Dedicated pilot plants zijn vaak te kostbaar voor individuele bedrijven (een enkeling uitgezonderd), vandaar dat shared facilities nodig zijn om investeringen en risico’s te spreiden, aldus Christiaan Bolck, directeur van het BPM-programma. ‘Op het moment is er een gapend gat op gebied van polymeerchemie in Nederland. Vandaar dat we vanuit BPM hebben aangegeven dat we ruimte zien voor een tweetal pilot plants. Deze faciliteiten zouden idealiter moeten ‘landen’ in een industriële setting. Het gaat immers om processen die het labstadium zijn ontgroeid.

Ringopening in Etten-Leur

Tijdens de bijeenkomst werd al snel duidelijk dat Chemport Europe en…

Het Biobased Performance Materials (BPM) programma werkt aan nieuwe biopolymeren en aan toepassingsgericht onderzoek om de eigenschappen van biobased kunststoffen te verbeteren. Binnen het programma werken kennisinstellingen en bedrijven samen aan verschillende projecten. Een goed voorbeeld is HIPLA (High Impact Poly Lactic Acid), waarbij een PLA-blend is ontwikkeld met een hoge slagvastheid en taaiheid. Hiervoor is een innovatief proces ontwikkeld, waarbij PLA via reactieve extrusie wordt gemodificeerd met vetzuurderivaten. Zo ontstaat een geheel biobased plastic, dat geschikt is voor toepassingen in huishoudelijke apparaten als stofzuigers, verpakkingen, autobumpers en elektronica.