Lees verder
Wat jarenlang een ongemakkelijke bijzaak was in het Europese innovatiebeleid, schuift in hoog tempo op naar het centrum van de aandacht. Dual use — technologie die zowel civiele als militaire toepassingen heeft — wordt niet langer gezien als uitzondering of juridisch probleem, maar steeds vaker als strategisch instrument. Dat geldt niet alleen voor digitale technologie, AI of bioveiligheid, maar ook voor industriële biotechnologie en biofabricage.
Pierre Gielen

Die verschuiving werd op 11 november 2025 expliciet benoemd tijdens een besloten ledenwebinar van het Bio-based Industries Consortium (BIC). Dirk Carrez, uitvoerend directeur van BIC formuleerde een heldere boodschap: “Dual use biedt nieuwe kansen voor de verdere ontwikkeling van biofabricage.”

Veranderende context

Volgens Carrez is deelname aan dual-use trajecten een strategische keuze van individuele bedrijven. Tegelijk is het volgens hem noodzakelijk dat de sector zich bewust wordt van de snel veranderende context waarin industriële biotechnologie en biofabricage opereert: klimaatuitdagingen, geopolitieke spanningen, afhankelijkheid op het gebied van energie en kritische grondstoffen.

Dirk Carrez (BIC)
Dirk Carrez (BIC)

In de Verenigde Staten is die realiteit al zichtbaar. Het Amerikaanse Ministerie van Defensie investeert actief in biomanufacturing via programma’s als het Distributed Bioindustrial Manufacturing Program (DBIMP). Het gaat daarbij om uiteenlopende materialen en producten: van biobased polymeren en chemicaliën tot voeding en brandstoffen. Publiek-private initiatieven zoals BioMADE richten zich expliciet op opschaling van biobased productiecapaciteit met civiele én militaire relevantie.

Europa beweegt nu in dezelfde richting, zij het met vertraging en meer institutionele voorzichtigheid. Carrez wijst erop dat de NAVO specifieke innovatiefondsen heeft opgezet, ook kijkend naar biofabricage in Europe. “Er zijn dus kansen die onze industrie eens beter zou moeten bekijken.” Op de aandelenmarkten schieten inmiddels de koersen van defensiegerelateerde bedrijven omhoog. De roep om het versterken van de Europese defensiecapaciteit leidt er ook toe dat banken en vermogensbeheerders zich tegenwoordig soepeler opstellen tegenover investeringen in deze industrie.

Dual use als industriële logica

Het BIC-webinar liet vooral zien dat dual use in het geval van biofabricage ook gaat om het verminderen van afhankelijkheid op het gebied van materialen en het waarborgen van leveringszekerheid. Defensietoepassingen kunnen andere eisen stellen dan civiele markten, zoals een lager gewicht, hogere duurzaamheid, extreme omstandigheden en een langere levensduur. Dat geldt voor voertuigen, textiel, energievoorziening en drones — precies de sectoren waarin biobased materialen steeds relevanter worden.

Dominik Patzelt (VCG.AI)
Dominik Patzelt (VCG.AI)

Centraal daarbij staat het vroeg in het innovatieproces bijeen brengen van civiele en defensietoepassingen: dual use by design. Zo ontstaan schaalvoordelen, snellere leercurves en robuustere businesscases. Wachten tot een product ‘af’ is en daarna pas kijken naar defensietoepassingen, leidt juist tot gemiste kansen en extra kosten.

Volgens Dominik Patzelt, een bioloog en biotechnoloog van het Duitse bedrijf VCG.AI, sluit deze redenering nauw aan bij recente Europese beleidsdocumenten. Daarin wordt gesteld dat de klassieke scheiding tussen civiele en militaire R&D kunstmatig is en innovatie belemmert. Patzelt presenteerde tijdens het webinar vier hypothetische, maar realistische voorbeelden om de kunstmatigheid van de scheiding concreet te maken:

  1. Biobased polymeren voor voertuigen
    Biobased kunststoffen kunnen worden ingezet in niet-kritische voertuigonderdelen, zowel civiel als militair. Een voorbeeld is biobased polypropyleen, gebruikt in interieurafwerking, deurpanelen, dashboards, bumpers en beschermkappen. Zij maken slechts een klein deel uit van het totale voertuig (ongeveer 3%, volgens Patzelt), maar wel 20% van alle kunststoffen in datzelfde voertuig. De dual-use meerwaarde zit volgens hem in gewichtsreductie, het reduceren van onderhoudskosten en het robuuster maken van de toeleveringsketens. Defensievoertuigen kunnen hier als high-performance niche functioneren die de innovatie kan versnellen. Europa beschikt al over de grondstoffen, technologie en industriële spelers om opschaling mogelijk te maken.
  2. Biobased koolstofvezels voor drones en lichte structuren
    Koolstofvezel (carbon fibre) is een sterk en licht materiaal dat essentieel is voor drones en andere lichtgewicht platforms. Volgens Patzelt kan tot 32 procent van een drone uit koolstofvezel bestaan. Het dual-use voordeel hier ligt vooral in betere prestaties onder zware omstandigheden: “Koolstofvezel kan de sterkte-gewichtsverhouding verbeteren, de weerstand tegen zware omstandigheden vergroten en de mobiliteit en brandstofefficiëntie van zulke systemen verhogen.” Biobased alternatieven — onder meer uit lignine — bestaan al, maar zitten vaak nog op lage TRL’s. De combinatie van defensievraag en civiele luchtvaart- en mobiliteitsmarkten kan hier doorslaggevend zijn voor opschaling.
  3. Natuurvezels voor textiel en uniformen
    Textiel voor defensie vraagt om slijtvastheid, bescherming en functionaliteit. Natuurvezels zoals hennep, wol of nieuwe biobased vezels kunnen hierin een rol spelen, met duidelijke civiele spin-offs naar performance- en werkkleding. “Natuurlijke vezels kunnen potentieel tot 90% van een volledig uniform uitmaken”, aldus Patzelt. De toepassing bij defensie draait niet alleen om het bieden van bescherming tegen slijtage en omgevingsinvloeden, maar ook om de “verminderde radarzichtbaarheid van natuurvezels in het veld.”
  4. Lignine-gebaseerde materialen voor energieopslag
    Lignine is een breed beschikbare, maar nog weinig gebruikte reststroom uit houtachtige vezels. Het is niet alleen bruikbaar als (scheeps)brandstof of vervanger van bitumen, maar ook voor meer hoogwaardige toepassingen, bijvoorbeeld als vervanger van grafiet in batterij-elektroden, wat van belang is voor zowel civiele mobiliteit als militaire inzetbaarheid. “Zo kunnen we de afhankelijkheid van schaarse grondstoffen en kwetsbare toeleveringsketens op dit gebied verminderen. Voor defensietoepassingen kan de inzet van lignine leiden tot lichtere of robuustere energiesystemen en een lagere milieu-impact bij mobiele inzet.” De technologische rijpheid van deze technologie varieert sterk: van een zeer vroeg experimenteel stadium tot commercieel beschikbaar. Het Finse Stora Enso heeft sinds 2021 een pilotfabriek waarin de schaalbaarheid van de productie van batterij-elektroden uit lignine is aangetoond.

De rode draad in al deze cases is duidelijk: “Europa heeft de grondstoffen, kennis en industriële basis voor biomanufacturing in deze markten, maar mist nog vaak de marktdruk en investeringszekerheid die nodig zijn om door te schalen.”

Europa versus de VS

Het verschil met de VS is scherp zichtbaar. In Amerika fungeert defensie openlijk als launching customer voor biobased innovatie. Civiele markten zorgen voor volume; defensie legitimeert investeringen in capaciteit, snelheid en performance. Dual use is daar al een economische en strategische realiteit.

Europa daarentegen benadert dual use nog steeds als iets dat moet worden gerechtvaardigd, afgebakend en gereguleerd. Academische instellingen zijn terughoudend, bedrijven zijn voorzichtig, en de regelgeving is complex. Het besef groeit dat die voorzichtigheid een risico vormt voor de Europese concurrentiekracht en strategische autonomie. Het BIC-webinar positioneert industriële biotechnologie en biofabricage nadrukkelijk in dat spanningsveld: niet als defensie-industrie, maar als onmisbare faciliterende technologie.

Marktexpansie

Een belangrijk punt dat tijdens het webinar herhaaldelijk werd benadrukt, is dat dual use voor biobased bedrijven niet automatisch betekent dat zij ‘voor defensie gaan werken’. Het gaat eerder om marktverbreding. Defensietoepassingen kunnen hogere prestatie-eisen stellen en extra financiering mogelijk maken, waarna civiele toepassingen profiteren van schaal, kostenreductie en technologische rijping.

Dat patroon zagen we eerder in het verleden: composietmaterialen, satellietnavigatiesystemen en diverse technologieën op het gebied van de luchtvaart- en de medische sector zijn aanvankelijk ontwikkeld in een militaire context en werden vervolgens geadopteerd in civiele markten. Biobased materialen kunnen dezelfde weg volgen — mits Europa het institutioneel mogelijk maakt.

De boodschap van BIC aan leden en beleidsmakers is vooral: vergeet industriële biotechnologie en biofabricage niet in het dual-use debat. Waar de aandacht vaak uitgaat naar kunstmatige intelligentie, gezondheid en bioveiligheid, blijven materialen, chemicaliën en biofabricage onderbelicht — terwijl Europa juist sterk is in die gebieden. Patzelt vatte het als volgt samen: “Europa heeft de wetenschap, de technologie en de markten om leidend te zijn in dual-use materialen. De vraag is niet of dat gebeurt, maar of het bewust, strategisch en op tijd gebeurt.”

Weerbaarheid en autonomie

De opkomst van dual use in Europa betekent een fundamentele herijking van het industrie- en innovatiebeleid, waardoor de marktkansen worden verbreed. Industriële biotechnologie en biofabricage bieden niet alleen een oplossing voor klimaat- en grondstofproblemen, maar vormen ook een pijler van economische veerkracht en strategische autonomie.

Europa staat aan het begin van een inhaalslag, zeker in vergelijking met de VS. Het BIC-webinar laat zien dat de sector die handschoen kan oppakken — mits bewustwording wordt omgezet in beleid, financiering en concrete marktvraag.

Dit artikel kwam tot stand in samenwerking met het Bio-based Industries Consortium.

Foto bovenaan: Abd Awwad/Shutterstock