Lees verder
De Biobased Delta publiceerde onlangs het meerjarenplan 2018-2020. Hierin kijkt het vooral vooruit. Logisch, maar wat is er de afgelopen jaren bereikt onder de vlag van de Delta? En kan Biobased Delta een rol spelen om de ontwikkeling van een biobased economy verder te versnellen? Agro&Chemie legde 5 stellingen voor aan voorzitter Herman de Boon en directeur Rop Zoetemeyer.
Lucien Joppen

1. De Biobased Delta moet een internationale topregio worden in de biobased economie. Een mooie ambitie, maar maakt het cluster deze ook waar?

De Boon: ‘De Biobased Delta heeft echt alles in zich om uit te groeien tot een internationale topregio in de biobased economy. In dat proces spelen wij de rol van stimulator, promotor, aanjager en van de partij die anderen bij elkaar brengt. De partijen die het initiatief hebben genomen tot Biobased Delta – het bedrijfsleven, de kennisinstellingen en de gemeentelijke en provinciale overheden van Brabant, Zeeland en Zuid-Holland -realiseren zich daarbij natuurlijk wel dat de transitie waar we voor staan een kwestie van lange adem is. Het is niet een lineair proces, maar meer een lijn naar boven met regelmatig periodes van herbezinning.’

Zoetemeyer: ‘Er is de afgelopen jaren in onze regio veel gerealiseerd. Een goed voorbeeld is het Natuurvezel Applicatie Centrum dat fors heeft uitgebreid. Denk ook aan de komst van ECN in het Biorizon-consortium. Of de Green Chemistry Campus in Bergen op Zoom dat steeds belangrijker wordt, onder andere door de aanschaf van Diels-Alder-skid voor de ontwikkeling en productie van bio-aromaten. Verder valt me op hoe actief het mkb is. Bedrijven uit uiteenlopende sectoren kijken naar de rol van biomassa, bijvoorbeeld natuurvezels in biocomposieten of bioplastics, in hun producten. Uit hun verhalen blijkt dat dit allesbehalve gemakkelijk is, maar dat ze door blijven gaan omdat ze kansen zien.’

2. Wat zijn de grote uitdagingen voor de Biobased Delta voor de komende jaren?

De Boon: ‘Om te beginnen krijgen de drie grote programma’s steeds meer impact. Ik heb het dan over de programma’s Redefinery (de grootschalige bioraffinage van houtpellets, red.), Sugar Delta (het omzetten van suikers in chemische producten en materialen, red.) en Biorizon (de ontwikkeling van bio-aromaten, red.). Wij spelen in die programma’s een initiërende én ondersteunende rol. We leveren projectmedewerkers, doen alles om partijen aan elkaar te verbinden, zoeken financiers, helpen met acquisitie en promotie en adviseren.
Zoetemeyer: ‘We staan nu voor de fase waarin we ons nationale en internationale netwerk verder uitbreiden om kennis, R&D en business development te delen en nieuwe bedrijvigheid te versnellen. Verder gaan we alles wat er in de delta op het gebied van biobased gebeurt, sterker met elkaar verbinden. Denk aan de 14 toplocaties, zoals de Green Chemistry Campus in Bergen op Zoom en de Bio Tech Campus in Delft gericht op R&D, en de applicatiecentra (zoals het Biopolymeer Applicatie Centrum in Breda en het centrum voor natuurvezelapplicaties in Raamsdonksveer). Bovendien gaan we ons naar de buitenwereld sterker profileren. Het motto wordt: ‘be good and tell about it. We laten daarbij niet alleen zien wat we doen, maken en ontwikkelen, maar ook benadrukken we dat de omvang en locatie de kracht van de Biobased Delta zijn. De Delta strekt zich uit over drie provincies, en heeft een logistieke hubfunctie richting het Nederlandse en Europese achterland en de ‘agrochemie-factor’.’

3. Biobased Delta wil de biobased economie agenderen en promoten. Hoe hou je biobased op de agenda, gezien het feit dat de circulaire economie momenteel hoger op de overheidsagenda staat?

De Boon: ‘Het nieuwe Regeerakkoord biedt juist volop mogelijkheden. Hierin staan het klimaatakkoord en dus het terugdringen van CO2 emissies centraal. Bovendien zijn biobased en circulair begrippen die sterk met elkaar zijn verbonden. Een circulaire economie is niet denkbaar als we niet omschakelen naar biobased.’
‘Zoetemeyer: ‘Uiteindelijk hebben de chemie en maakindustrie een koolstofbron nodig. We moeten de komende decennia onze CO2 emissies reduceren door het op te vangen, op te slaan en te gebruiken. Puur opslaan is een te dure aangelegenheid. Bovendien laten we dan een grondstof ongebruikt. Uiteindelijk is een directe conversie vanuit CO2 naar chemie en vervolgens materialen dus een kansrijke route. De CO2 die is vastgelegd in biomassa, kan bijvoorbeeld via pyrolyse richting brandstoffen of chemie. Binnen de Biobased Delta is voor het laatste traject de Pyrolyseproeftuin Zuid-Nederland opgezet. De interesse vanuit het bedrijfsleven voor dit initiatief is groot in de Delta.’

4. Een terugkerend thema is financiering, of liever de funding gaps die ervoor zorgen dat de biobased economy geremd wordt. Welke rol kan de Biobased Delta hierin spelen?

De Boon: ‘Het hele goede nieuws is dat het financieringsklimaat veel gunstiger geworden. Dat zie ik onder meer aan de strategie van de grotere pensioenfondsen, zoals PGGM en APF, die meer oranje-groen willen investeren: dus meer in de Nederlandse en groene economie. Deze fondsen zijn wel gericht op grote investeringen en hanteren daarvoor een strikt risicoprofiel. Met Invest NL is er nu ook een investeringsvehikel voor kleinere tickets, waarmee mkb-bedrijven, start- en scale-ups in het zadel kunnen worden geholpen.’

Zoetemeyer:
‘Een kracht van Biobased Delta is dat we ook een sterk netwerk hebben in de financiële en pensioenfondsenwereld. Wij zijn bezig de verschillende werelden met elkaar te verbinden. Dat doen we door voor bedrijven die biobased producten ontwikkelen en produceren, investeerders te zoeken. Maar ook door de expertise en connecties uit ons netwerk te gebruiken om bedrijven te helpen bij de ontwikkeling van haalbare business cases voor het produceren van biobased building blocks, halffabrikaten en eindproducten die concurreren in de huidige markt. De Biobased Delta zet daarnaast sterk in op een economische, maatschappelijke en politieke lobby om de vraag naar deze producten te stimuleren.’

5. Tot slot, het mkb. Het lijkt erop alsof de biobased economy vooral wordt ‘gepushed’ door de multinationals. Waar blijft het midden- en kleinbedrijf?

De Boon: ‘Het zijn juist de start-ups en het mkb die innoveren. Een mooi voorbeeld is PEF. Dat komt uit de koker van Avantium en niet van BASF. Vergeet ook niet dat het mkb een aanzienlijk deel van onze economie vertegenwoordigt en dus ook ‘meegaat’ in de transitie.’
Zoetemeyer: ‘Op de toplocaties binnen Biobased Delta zoals de Green Chemistry Campus (Bergen op Zoom), de Bioprocess Pilot Facility (Delft), de Bio Innovation Garden (Colijnsplaat) en in de applicatiecentra zien we mkb-bedrijven uit verschillende sectoren projecten uitvoeren. Het mkb doet regelmatig een beroep op de expertise, bijvoorbeeld bij het maken van businessplannen. En ik wil met nadruk nog een keer wijzen op de mogelijkheden die Invest NL biedt. Ook daarin kunnen we de weg wijzen. Vanzelfsprekend willen we het mkb nog meer betrekken bij onze programma’s. Dat is en blijft een belangrijke doelstelling binnen de Delta.’