Lees verder
'We staan aan de vooravond van een economie die in toenemende mate circulair zal zijn. ABN AMRO wil deze transitie actief stimuleren. Dat doen we onder meer door zelf ervaring op te doen. Zo hebben we onlangs het Circulaire Paviljoen op de Amsterdamse Zuidas geopend.'
Lucien Joppen

Petran van Heel, sector banker Bouw & Vastgoed bij ABN AMRO, is nauw betrokken bij de realisering van het gebouw. ‘Het wordingsproces van het Paviljoen kun je het best vergelijken met een ontdekkingsreis: je hebt een doel voor ogen, maar je hebt nog geen idee wat je op de reis tegenkomt. Circulair bouwen is nog een onontgonnen gebied, vandaar dat we voor het Paviljoen nauw hebben samengewerkt met uiteenlopende partijen. Ontdekkingsreizen kosten tijd en geld, maar leveren zeker ook waarde op. We zien nu al dat het project kostbare inzichten heeft opgeleverd die ABN AMRO en de deelnemende partijen kunnen gebruiken bij vervolgopdrachten.’

Volgens Van Heel zitten de extra investeringen vooral in (voorbereidings)tijd. ‘Denk voor het bouwen goed na wat je circulair kan doen en hou dat vast! Daarvoor hebben we een aantal circulaire ontwerpregels opgesteld. Een van die regels is dat we weg moeten van de focus op de bouwkosten. Dat is kortetermijndenken. Denk ook aan  lagere exploitatielasten en hogere eindwaarde. De circulaire economie heeft niet alleen zin omdat het verstandig omgaat met schaarse en milieubelastende grondstoffen, het is ook economisch gezien de juiste weg.’

Walk the walk

Vandaar dat ABN AMRO zwaar inzet om deze economie te stimuleren. Dat doet het in de sector Bouw & Vastgoed onder meer via projecten als het Circulaire Paviljoen. Daarnaast wil de bank in 2020, samen met zakelijke klanten, voor 1 miljard euro aan circulaire bedrijfsmiddelen financieren. Van Heel: ‘In totaal willen we zo 1 miljoen ton minder CO2 uitstoten. We moeten de circulaire economie niet alleen in woord, maar in daden stimuleren. Zoals de Amerikanen zeggen: “talk the talk and walk the walk”.

De CO2-reductie waaraan Van Heel refereert, is een belangrijke drijfveer die de circulaire economie een duw in de rug zal geven. Niet alleen gaat het Klimaatakkoord van Parijs over CO2-reductie, ook heeft de Nederlandse overheid aangegeven dat Nederland in 2030 voor 50 procent circulair moeten zijn. Dat betekent voor de bouw dat de helft van de materialen gerecycled/hernieuwbaar zal moeten zijn. Het is nog maar de vraag hoe deze ambitie wordt vertaald naar concrete wet- en regelgeving. ‘Hoe ook zij, wachten is geen optie meer’, aldus Van Heel. ‘Voorlopers gaan hier alvast mee aan de slag.’

Gebruiken in plaats van kopen

Mitsubishi Elevator Europe is zo’n onderneming. Het Japanse bedrijf produceert en importeert liften en roltrappen. Marketing manager Bram van der Sanden: ‘Wereldwijd produceren we zo’n 300.000 liften per jaar. De Benelux-markt is bescheiden met een volume van 200 liften per jaar. Van dit volume hebben we momenteel 50 liften in een operationele lease zitten in ons zogenaamde M-Use-model. Dat betekent dat de afnemers niet betalen voor de lift, maar dat ze betalen voor het gebruik en de kwaliteit van de dienstverlening. Als het contract afgelopen is, nemen we de liften terug en hergebruiken of recyclen we de onderdelen.’

Volgens Van der Sanden is deze constructie uitermate geschikt voor de liften die het bedrijf ontwikkelt. Mitsubishi-liften worden veelal ontworpen voor Japanse hoogbouw en worden zeer intensief gebruikt, waardoor de eisen aan het design en materialen zeer hoog zijn. ‘Dat betekent wel dat het prijskaartje aan de voorkant verhoudingsgewijs hoog is. Echter, als we kijken naar de total cost of ownership, dan komen onze liften beter uit de bus en betaalt kwaliteit zich binnen een aantal jaar terug.’

Concrete business

Dat is zeker het geval, aldus Van der Sanden, als het onderhoud in handen is van Mitsubishi. ‘Vaak wordt het onderhoud uitbesteed aan derde partijen die niet een direct belang hebben om het onderhoud zo effectief mogelijk uit te voeren. Dat betekent dat vermijdbare storingen op kunnen treden. De vraag is: wil de afnemer een garantie op het aantal servicebeurten of een garantie dat de lift doet wat deze moet doen? In ons M-Use-model waarbij we ook service verzorgen, worden we afgerekend op het aantal liftbewegingen (start-stop, red.) en de kwaliteit van het transport, lees de beschikbaarheid en het uitblijven van trillingen. Doordat we het onderhoud zo efficiënt mogelijk afstemmen op het eigenlijke gebruik, realiseren we op termijn vergelijkbare marges als met het traditionele verkoopmodel, maar wel tegen lagere absolute kosten voor de klant.’

Mitsubishi levert ook de lift in het Circulaire Paviljoen. ‘Ik vind het goed dat een financiële instelling als ABN AMRO zich hard maakt voor circulaire bedrijfsmodellen. Het is geen hype, maar concrete business.’

Urban mining

De circulaire economie leidt ook tot de opkomst van nieuwe bedrijven. Een goed voorbeeld is New Horizon, een onderneming die actief is op gebied van ‘urban mining’. Eigenaar/oprichter Michel Baars: ‘Je zou het ook een sloopbedrijf 2.0 kunnen noemen. Wij noemen het oogsten van bouwmaterialen uit gebouwen die vervolgens opnieuw of in een andere hoedanigheid kunnen worden ingezet. In het Circulaire Paviljoen van ABN AMRO hebben we voor ongeveer 400.000 euro onder meer vloeren, kozijndelen, brandhaspels, spiegels en dergelijke geleverd. Deze hebben we zelf geoogst, waar mogelijk gerefurbished en gemonteerd.’ 

Foto: ABN Amro – Een van de vloeren in het Paviljoen, geoogst, geprepareerd en gelegd door New Horizon.

Omdat de levering een kwestie is van aanbod, hebben Baars en de architect eerst geïnventariseerd welke materialen geschikt zijn. Daarvoor hebben de twee een aantal ‘donorgebouwen’ bezocht. ‘Het is met recht een coproductie. Ja, het kost de nodige uren, met name in de beginfase. Ik zie het ook als een leerschool, waardoor we bij vervolgopdrachten sneller kunnen opereren. Zo bouwen we een zogenaamd ‘peoples pavillion’ op de Dutch Design Week 2017. Ook zijn we bezig met een groot circulair project in Zeeland voor de zorginstelling Emergis. Kortom, circulair bouwen zit in de lift, al zal in de praktijk vaak worden gekozen voor een hybride aanpak.’