Lees verder
‘Human capital is een essentieel element in het vormgeven van de biobased economy. Het past in de 3 O’s: onderwijs, ondernemers en overheid. Daar hoort ook de vierde O van onderzoek bij.’

Petra Koenders, directeur van het Centre of Expertise Biobased Economy bij Avans Hogeschool in Breda, is nauw betrokken bij het onderwijs en onderzoek om de ‘biobased professionals’ van de toekomst klaar te stomen voor het echte werk en huidige professionals up-to-date te houden.
Avans Hogeschool en de Hogeschool Zeeland hebben, op basis van hun jarenlange expertise, de status Centre of Expertise Biobased Economy. Deze specialisatie is mede ingegeven door de geografische ligging van Avans. In West-Brabant en Zeeland zijn relatief veel agro- en chemiebedrijven gevestigd die raakvlakken hebben met de biobased economy of daar gericht mee bezig zijn.

 

Wat is het belang van human capital voor de transitie naar een biobased economy?


‘Human capital is een essentieel element in het vormgeven van de biobased economy. Het past in de 3 O’s: onderwijs, ondernemers en overheid. Daar hoort ook een vierde O bij: onderzoek. Zo hebben wij een tweetal biobased georiënteerde lectoraten, waarbij de lectoren uit het bedrijfsleven toegepast onderzoek doen. We richten ons zowel op professionals die zich verder willen ontwikkelen, als op de professionals van de toekomst. Daarbij werken wij nauw samen met Hogeschool Zeeland in Vlissingen.’

 

Op welke wijze is de Vlaams-Nederlandse Delta ingericht op het thema human capital?


‘Als ik mij beperk tot het gebied West-Brabant en Zeeland moet ik zeggen dat het op diverse niveaus goed is geregeld. Samen met Hogeschool Zeeland zijn we vertegenwoordigd in Biobased Delta, wij hebben nauw en veelvuldig contact met ondernemers en er is een goede samenwerking met de provincie. Namens Avans en Hogeschool Zeeland zit ik in het kernteam Delta waar onder meer gesproken wordt over de relatie tussen onderwijs en onderzoek. Er zijn ook contacten met VITO in Vlaanderen en met een aantal Vlaamse hogescholen. Als wij wat verder kijken, zijn er ook relaties met Wageningen UR, Inholland in Delft en de HAS in Den Bosch. Belangrijk is dat wij de buitenwereld vertellen waar wij, samen met de genoemde partners, mee bezig zijn. Binnenkort lanceren wij een website die volledig gericht is op ‘biobased’, we zijn bezig met een biobased glossary en wij gaan een film maken. Ja, wij voelen ons echte missionarissen!’

 

Wat moet er gebeuren om de Vlaams-Nederlandse Delta leidend te laten zijn op het thema human capital?


Wij willen het onderwijs in eerste instantie beschikbaar stellen voor de regio. Op termijn willen wij ook verder in het land en de Deltaregio onze kennis over de biobased economy verspreiden. Wij zouden bijvoorbeeld een opleiding voor docenten kunnen verzorgen in Groningen of Gent. De financiering van ons Centre of Expertise is voor vier jaar gewaarborgd door het ministerie. Dat gaat door middel van prestatiecontracten en wij ontvangen het geld op voorwaarde dat wij een vergelijkbaar bedrag via andere kanalen binnenhalen. Daarom is die link tussen onderwijs en bedrijfsleven essentieel.’

 

Wat zijn de economische implicaties als de Deltaregio een belangrijke rol gaat vervullen in de biobased economy?


‘Als Avans moeten we zorgen voor instroom en dat is voor de meeste opleidingen dik in orde. Voor chemische technologie bijvoorbeeld is groei zeker nog noodzakelijk. Onze studenten komen uit de regio en demografische groei is de sturende factor, niet de groei van de biobased economy. Wij doen toegepast onderzoek en bij groei zullen wij hoogwaardige docenten en studenten moeten opleiden. Dat zal voor beide hogescholen gelden. Als de bedrijvigheid groter wordt, zullen wij de huidige professionals bij gaan spijkeren met trainingen en opleidingen.’

 

Heb je een persoonlijke wens om je nog sterker te maken voor dit thema?

‘Ik zou graag een faciliteit hebben, een fysieke ruimte los van de hogeschool, waar studenten en bedrijven elkaar kunnen ontmoeten. Een soort ‘speeltuin’ waar je wekelijks heen kan gaan om elkaars werk te ontdekken, zoiets als een Biobased Shared Facility.’