Lees verder
De bestaande wetgeving dwarsboomt de zo gewenste transitie naar een economisch model waarbij afval als grondstof fungeert. De circulaire economie laat hierdoor - mits er geen verandering komt - langer op zich wachten dan nodig. Dit alles blijkt uit het in opdracht van de Vereniging van de Nederlandse Chemische Industrie (VNCI) opgestelde rapport ‘Een andere kijk op afval voor de Nederlandse chemische industrie’.
Edwin van Gastel

Het VNCI-rapport, opgesteld door afval- en grondstoffenmanagementbureau Milgro, schetst hoe de chemische industrie de transitie naar een circulaire economie kan aanpakken. De nadruk ligt op de beheersing van afvalstromen, het terugdringen van verspilling en de duurzame inzet van grondstoffen. Het rapport is gebaseerd op interviews met personen die bij de chemiebedrijven verantwoordelijk zijn voor het afvalbeheer. Het overall beeld dat naar voren komt, toont een bedrijfstak die de ambitie heeft om te zoeken naar wegen om afval dan wel reststromen te benutten als grondstof, maar tegen belemmeringen in wet- en regelgeving aanloopt.

De wetgever ziet afval veelal als een risico en denkt in categorieën, zoals product of afvalstof, terwijl chemiebedrijven denken in termen van moleculen of stoffen. Zo kan het gebeuren dat eenzelfde molecuul of stof zowel als afval als product wordt gezien. Een product dat niet helemaal aan de technische specificaties voldoet, kan bijvoorbeeld nog prima bruikbaar zijn voor een andere toepassing, maar volgens de wet geldt het als afvalstof en moet het als zodanig worden afgevoerd en verwerkt.

 

Verfindustrie recyclet verf

Ter illustratie: chemiebedrijven willen reststoffen van collega’s innemen. Echter, deze stoffen zijn niet als ‘bijproduct’ geclassificeerd en worden aangemerkt als afval. Dit heeft als gevolg dat er of een vergunning moet worden aangevraagd voor deze specifieke reststroom of dat de afnemer een registratie moet hebben als inzamelaar van afval.

Ondanks deze wettelijke drempels probeert een aantal chemiebedrijven reststromen te benutten. Een praktijkvoorbeeld is de verfindustrie die sinds kort verfrestanten hergebruikt. Nederland kent jaarlijks zo’n tien miljoen kilo aan verfresten, hiervan is drieënhalf miljoen kilo recyclebaar.

Voor branchevereniging VVVF (verf- en drukinktindustrie) en afvalmanagementspecialist SITA reden om dit mogelijk te maken. Met laboratoriumtests zijn restanten – veelal afkomstig van consumenten – beoordeeld op bruikbaarheid. Het resultaat is een verfgrondstof, waaraan het ministerie van Infrastructuur en Milieu kort geleden de productstatus heeft toegekend. Hierdoor kunnen Nederlandse producenten de gerecyclede verfgrondstof gebruiken voor productie van nieuwe (muur)verven. Onder de merknaam Evert Koning bracht Ursa Paint als eerste Nederlandse verffabrikant de gerecyclede muurverf Einde van Afval (EVA) op de markt.

 

Werk aan de winkel

Het praktijkvoorbeeld laat zien dat koplopers in de chemiesector bezig zijn met een offensieve aanpak om afval als potentiële grondstof te zien. Het VNCI-rapport concludeert wel dat er nog flink wat werk aan de winkel is en bevat daarom een aantal aanbevelingen. Allereerst moeten de afvalstromen volledig en actueel in kaart zijn gebracht, op niveau van individuele bedrijven als ook van de bedrijfstakken.

Verder wordt gepleit voor het centraal monitoren van afvalstromen in de chemische industrie en voor aanpassing van wet- en regelgeving. Zo zou Europa volgens Milgro de definitie van bijproducten kunnen verruimen, zodat ook ‘off spec’-producten als bijproduct geclassificeerd worden.