Lees verder
'Ik zie de toekomst van de VDL Groep meer als een speler die de keten beheerst. Het oude paradigma van de lineaire economie, lees alleen een productleverancier, zal steeds meer wijken voor circulaire businessmodellen. Daar zijn we al jaren mee bezig overigens. Het zit alleen niet in onze aard om ons daarmee nadrukkelijk te profileren.'
Lucien Joppen

Willem van der Leegte, president-directeur van VDL Groep, is een exponent van de derde generatie in de Van der Leegte-familie. Grootvader Pieter startte in 1953 een bedrijf in metaalbewerking op en begon in de jaren zestig met de ontwikkeling en productie van oliekachels.

Mijn opa wilde mooie dingen maken. Mijn vader Wim heeft het bedrijf in stabiel vaarwater gebracht, uitgebouwd en wilde er ook aan verdienen. Welke Van der Leegte ik ben? Dat moeten anderen uitmaken. Idealiter een combinatie van mijn opa en vader (lacht). Hoe ook zij. De jongste telg (35) heeft een grote kluif aan het runnen van een multinational met een geschatte omzet van 5 miljard. VDL Nedcar in Born produceert, naast de drie MINI-modellen, sinds kort ook de populaire BMW X1-serie. Ook de andere activiteiten groeien en ontwikkelen zich voorspoedig. ‘Het gaat niet vanzelf. We zullen alle aspecten van onze bedrijfsvoering goed in moeten vullen.’

Willem, qua omzet ontwikkelt VDL Groep zich zeer goed. Deze zal van 3,2 miljard euro in 2016 doorschieten naar 5 miljard euro in 2017. Een raketstart voor jou?

‘Deze groei wordt verklaard door het toenemen van de leveringen van onze bedrijven die verkopen aan de hightech-industrie. Verder is VDL Nedcar, onze autofabriek in Born, natuurlijk een belangrijke groeimotor. Prachtig dat we naast de drie modellen MINI nu ook de BMW X1 maken. Dat zegt wat over het vertrouwen van onze klant BMW in onze samenwerking Wel kijken we of we een tweede producent voor Born kunnen interesseren. Dit om iets minder afhankelijk te zijn van één opdrachtgever. Auto-assemblage is circa 40 procent van onze omzet. We hebben echter in de loop der jaren een diverse portfolio aan bedrijven opgebouwd, waarmee we het risico aardig hebben kunnen spreiden.’

Over jullie portfolio gesproken, het lijkt wel een lappendeken van bedrijven die in tal van sectoren actief zijn. Waar zit de grote gemene deler?

‘Grappig dat je dat vraagt. We hadden een tijdje geleden de Raad van Bestuur van BMW op bezoek. Zij hadden in eerste instantie ook het idee dat een rode draad ontbrak. Na een bezoek aan enkele VDL-ondernemingen was het hen duidelijk: er is veel onderlinge kruisbestuiving tussen onze bedrijven. VDL is actief in metaal/kunststof: in de toelevering aan producenten, zoals BMW en ASML, en zelf produceren we ook, bijvoorbeeld met onze bussen en touringcars en andere eindproducten, zoals veersystemen, geautomatiseerde productielijnen van autofabrieken, warmtewisselaars en containerhandlingsystemen. Deze synergie zien we ook terug in de praktijk. VDL-dochters leveren in totaal voor 200 miljoen euro per jaar aan elkaar (bus/coach uitgezonderd, red.). Er zijn ook tal van projecten gerealiseerd, waarbij verschillende dochterondernemingen zijn betrokken. Zo hebben we een cluster dat voor de containerterminal in de Rotterdamse haven een AGV (Automated Guided Vehicle) heeft ontworpen en gebouwd. Dit is een hybride (elektrisch/diesel, red.) voertuig waarbij we kennis hebben verwerkt van onze Bus/coach-divisie op het gebied van automatisch geleide systemen. Een ander VDL-bedrijf heeft de containerhandling en (proces-)automatisering verzorgd. Inmiddels rijden er 80 van dergelijke voertuigen in de haven. Zo zijn er tal van voorbeelden binnen ons bedrijf.’

Foto: Bram Saeys

‘We doen daar nog niet veel mee. Wel lopen er gesprekken met een gespecialiseerd bedrijf waarmee een dochteronderneming, VDL Fibertech in Hapert, samen wil gaan werken als er zich kansen aandienen.’

Willem van der Leegte over het gebruik van hernieuwbare grondstoffen zoals biocomposieten

Willem, zoals gezegd maakt de VDL Groep een sterke omzetgroei door. Is dit een bevestiging van jullie koers en is het tegelijkertijd niet een barrière om het bedrijf voor te sorteren op de toekomst?

We zitten op de goede weg. Het is niet mijn doel om alles om te gooien. Het is wel zo dat de wereld in een hoog tempo verandert. Vandaar dat we ons voor moeten bereiden op de veranderingen die onherroepelijk ook op ons afkomen. Als je het bijvoorbeeld hebt over duurzaamheid: eigenlijk zijn we daar al een kleine 10 jaar mee bezig. Het zit niet in onze aard om ons daarmee nadrukkelijk te profileren. Liever pakken we zaken aan waarmee we duurzamer kunnen opereren en die goed zijn voor het bedrijf. Dat gaat bij ons hand in hand. De continuïteit van VDL Groep staat voorop. Uiteindelijk gaat het om het resultaat. Van omzetgroei alleen ga je niet op vakantie, zeggen we hier. Echter, zonder omzetgroei ga je so wie so niet op vakantie (lacht).’

Kun je een voorbeeld geven van een circulair model waarmee jullie al ervaring hebben opgedaan?

‘De concessie voor het openbaar vervoer in Almere die we in 2009 hebben gewonnen. De 220 bussen die daar reden, hebben we teruggenomen en gerefurbished: een nieuwe motor en een grondige revisie van het in- en exterieur. Vervolgens kunnen deze bussen weer tien jaar mee. Daarna doen we grofweg nog eens hetzelfde om de voertuigen te prepareren voor de export. Wij geven de garantie om de voertuigen terug te nemen en zijn verantwoordelijk voor het onderhoud en de infrastructuur (o.a. laadpalen, red.). We moeten dus bij de ontwikkeling en de productie van de bussen zorgen dat de technische levensduur zo lang mogelijk is en het onderhoud tot een minimum wordt beperkt. Dat is een economische drijfveer. Als we hierdoor een scherpere prijs neer kunnen leggen bij een klant, dan zal hij eerder voor ons kiezen. Dat heeft te maken met euro’s, en niet met duurzaamheid. We willen graag volledig duurzaam produceren, maar we moeten natuurlijk wel concurrerend blijven. Ook onze toeleveranciers maken wij verantwoordelijk voor de levensduur van hun producten. We hadden jaren geleden bijvoorbeeld problemen met de lakhechting en wij kregen klanten aan de lijn. Vervolgens hebben wij afgesproken met de leverancier van de lak dat hij de garantie geeft over de levensduur en ons audit of we de lak goed aanbrengen. Sindsdien zijn er geen problemen meer geweest met de lakkwaliteit.’

Tijdens de Ravelijn-lezing (gehouden 8 mei 2017, red.) stelde je dat circulariteit in de praktijk wordt afgedwongen en dat je deze dus niet van hogerhand hoeft te stimuleren.

‘Klopt. We hebben 93 directeuren van alle VDL-dochterondernemingen die zelf de broek op moeten houden. Het hergebruik van grondstoffen en het terugdringen van waste is goed voor de bottom line, een economische incentive dus met als bijvangst dat we richting de markt bewijzen dat we zo duurzaam mogelijk willen produceren. Economische belangen en duurzaamheid gaan in de praktijk dus hand in hand. Een mooi voorbeeld is het inzetten van restwarmte om een nabijgelegen zwembad te verwarmen. De grootste winst schuilt denk ik in verantwoord materiaalgebruik en in het terugbrengen van energieverbruik en emissies. De eerstgenoemde factor is een kwestie van recycling en van de technische levensduur van producten. Ook in de productie kunnen we waste terugdringen, onder meer door 3D te printen. Met deze technologie construeren we onderdelen uit één deel in plaats van uit een geheel te frezen. In de productie van bepaalde kunststofproducten, bijvoorbeeld de duurzame drinkfles Dopper, verwerken we restmateriaal in andere applicaties. Idealiter wil je een product in een kringloop brengen. Dat is met kapitaalgoederen makkelijker. Voor een consumentenproduct als een Dopper is dat juist complexer. Uiteindelijk zie ik wel meer circulaire modellen ontstaan waarbij consumenten oude producten inruilen tegen nieuwe versies waarbij ze bijvoorbeeld korting krijgen. Het is dan aan de producent om de oude modellen om te vormen tot nieuwe producten of er een andere bestemming aan te geven. Wel staan producenten in dienst van de consument. We moeten niet de arrogantie hebben dat we de consument iets kunnen opleggen. De consument is bewuster, mondiger en slimmer dan ooit.’

Je noemde elektrificering als een speerpunt. Geldt dit voor de hele VDL Groep?

‘Ja, elektrificering is een onderdeel van slimme mobiliteit. Daarbij switchen we zo veel mogelijk naar technologieën die zo min mogelijk overlast – geluid en uitstoot – veroorzaken. We zien de vraag naar elektrische bussen toenemen. Daar spelen we op in. In december hebben we 43 elektrische stadsbussen aan Eindhoven geleverd, de grootste vloot aan elektrische bussen in Europa. Waterstof is ook een optie. Inmiddels rijden er in Eindhoven twee bussen rond die hierop rijden. Deze technologie is vooralsnog te duur, maar kan op termijn zeker groot worden. Zoals ik eerder aangaf, zijn automatisch geleide voertuigen een schoolvoorbeeld van slimme mobiliteit. Het is niet alleen efficiënter omdat met het voertuig onbemand in bemand gebied kan worden gereden, het biedt ook mogelijkheden om deze voertuigen zo efficiënt mogelijk in te zetten.’