Lees verder
'Chemport Europe moet de groene chemie in Noord-Nederland nationaal en vooral internationaal op de kaart zetten. We zien nu al dat bestaande bedrijven investeren in deze tak van sport. Uiteindelijk willen we vanzelfsprekend ook nieuwe bedrijvigheid in de regio: start-ups en het aantrekken van nieuwe ondernemingen.'
Lucien Joppen

Errit Bekkering (NOM/Greenlincs) is de afgelopen jaren nauw betrokken geweest bij het nieuwe initiatief. Chemport Europe is min of meer ontsproten aan het rapport Noord4Bio. Hierin identificeerden de auteurs (onder meer Bekkering) om de chemie en maakindustrie in Noord-Nederland te vergroenen, met een belangrijke rol voor de biobased chemie. ‘Het economisch potentieel van deze economie voor de regio is aanzienlijk’, aldus Bekkering. ‘Volgens een studie Roland Berger uit 2013 is de toegevoegde waarde van een transitie van de huidige economie naar een biobased economy in Noordoost-Nederland circa € 2 miljard in 2030.’

Merk bouwen

Deze toegevoegde waarde komt echter niet uit de lucht vallen. De partijen in de regio – bedrijven, overheden en kennisinstellingen – zullen samen de kar moeten gaan trekken. Essentieel is dat deze partijen elkaar in toenemende mate moeten gaan vinden en extern de zelfde boodschap vertellen. Bekkering: ‘Binnen Chemport Europe willen we relevante spelers en activiteiten beter zichtbaar maken, zowel extern als intern. Daarbij verwachten we ook dat deze partijen, bijvoorbeeld bedrijven en kennisinstellingen, elkaar gemakkelijker vinden. Greenlincs speelt hierin ook een rol als verbinder en aanjager.’
Primair is Chemport gericht op branding en acquisitie. Het moet de etalage worden voor de regio naar binnen- en buitenlandse partijen. Ook hier geldt: laten zien wat je hebt. Zoals de chemieclusters in Delfzijl (Groningen Seaports), de Campus Groningen met de Rijksuniversiteit Groningen en de Hanzehogeschool als belangrijke spelers, het (vezel-)chemie cluster in Emmen met daarnaast Stenden Hogeschool en tal van individuele bedrijven zoals BioMCNAkzoNobelTeijinCumapolSunOilBioBTX en Avebe. ‘Noord-Nederland heeft een sterke (kennis)positie op gebied van biomassa, deels door de agrarische sector en deels door de aanvoer via de Nederlandse en Duitse havens in de regio.’

Buitenwereld

Volgens Johan Visser, site director van AkzoNobel in Delfzijl, is Chemport Europe een slimme manier om de regio te positioneren. ‘Eerst zul je duidelijk moeten maken aan de buitenwereld waar je voor staat. We willen een duurzamere chemie en maakindustrie, deels door processen te vergroenen en deels door biobased chemie in te faseren. Deze boodschap verkondigen we via een platform: Chemport Europe. Er is nu een aanspreekpunt voor derde partijen. Hierdoor zijn aanvragen van andere bedrijven of instanties gemakkelijker te verdelen over het netwerk. Bovendien zijn, bijvoorbeeld bij een kennisvraag, gemakkelijker verbanden te leggen tussen bepaalde bedrijven en onderzoeksinstellingen. Daar ligt ook de synergie van Chemport.’

Biostoom

AkzoNobel beleidt het Chemport-credo niet alleen in woord, maar ook in daden. Het bedrijf investeerde, samen met Eneco en Groningen Seaports, 40 miljoen in een infrastructuur voor biostoom. Eneco bouwde hiervoor haar biomassacentrale om zodat deze, naast electriciteit, ook stoom produceert. Deze stoom is gebaseerd op sloop- en afvalhout en zal de CO2-uitstoot van de site van AkzoNobel met 100.000 ton per jaar reduceren. Minister Kamp prees tijdens de opening in februari de voortrekkersrol van Noord-Nederland in de transitie naar duurzame energie. ‘Deze willen we nu doortrekken naar de chemie en maakindustrie’, aldus Bekkering.

Biobased routes naar azijnzuur

Naast het vergroenen van productieprocessen, zie biostoom, kijkt AkzoNobel ook naar biomassa als feedstock voor haar producten. ‘Momenteel produceren we azijnzuur op basis van methanol’, aldus Visser. ‘Deze fossiele route willen we eventueel aanvullen of vervangen door het ontwikkelen van biobased routes. Zo hebben we met Photanol een route verkend waarbij gemodificeerde cyanobacteriën, met behulp van CO2 en water, azijnzuur produceren. We onderzoeken, samen met onderzoeksinstellingen, vanzelfsprekend andere routes. Het betreft een ontwikkeling die minimaal vijf tot zeven jaar in beslag zal nemen.’

Avantium

De route van biomassa naar intermediates en vervolgens eindproducten staat ook op de agenda. AkzoNobel, Avantium, en RWE ondertekenden begin dit jaar een overeenkomst waarin zij lignocellulosehoudende biomassa via het Zambezi-proces van Avantium om willen zetten in hoogkwalitatieve suikers en lignine. De lignine kan richting energie en mogelijk later naar de chemie (o.a. bio-aromaten of wellicht vezels), de suikers kunnen worden omgezet richting verven en coatings. Visser: ‘We gaan eerst van start met een pilot plant, waarbij we mikken op een 130 kTon-fabriek rond 2022-2025.’

Een dergelijke bioraffinaderij is uiteindelijk nodig om een grootschaliger aanbod te creëren. Hierdoor wordt het aantrekkelijker voor bedrijven in de downstreamprocessing om zich te vestigen in Noord-Nederland of voor bestaande ondernemingen die mee kunnen liften in de slipstream.

Volledig biobased PET

Cumapol is een bedrijf dat geïnteresseerd is in verduurzaming van haar processen en producten. Marco Brons, oprichter en mede-eigenaar van het bedrijf op EmmTec: ‘Een groot deel van onze business is bottle-to-bottle-recycling, waarbij we gecertificeerd zijn om dit voor foodgrade-producten, zeg maar de PET-frisdrankflessen, uit te voeren. We zijn sinds een aantal jaren ook betrokken bij de ontwikkeling van een volledig biobased PET, samen met BioBTX en Sunoil. In 2016 hebben we de eerste show case gepresenteerd: een wereldwijde primeur. We moeten nog het nodige werk verrichten om het op te schalen, maar het illustreert wel dat bedrijven in de Chemport Europe-regio het verschil kunnen maken als ze maar samenwerken.’