Lees verder
Medio juli studeerde de eerste lichting van de Master Biobased Materials af. Tijdens een feestelijke ceremonie op Brightlands Chemelot Campus benadrukte opleidingsdirecteur Menno Knetsch dat de opleiding meer is dan alleen wetenschap. 'Naast kennis en inzicht is passie en drive nodig om een rol te spelen in de transitie naar een biobased/circulaire economie.'
Lucien Joppen

Eind 2015 ging de Master, ontwikkeld door de Universiteit van Maastricht, van start: een multidisciplinair tweejaarlijks programma. Knetsch stelde destijds: ‘We nemen de hele keten van polymerenproductie door, wat betekent dat biotechnologie, chemie en materiaalkunde de revue passeren.’

Het uiteindelijke doel is om applicaties te ontwikkelen, vandaar ook dat het bedrijfsleven – onder meer DSM en Sabic – is betrokken bij het opzetten van het lesprogramma. Knetsch tijdens de ceremonie. ‘Theorie is niet zaligmakend. Uiteindelijk moet de markt het verschil maken. Vandaar dat feedback vanuit het bedrijfsleven nodig is om de studenten ‘bij de les’ te houden.’

Vloer onder water

Zoals Knetsch eerder aangaf, vormt de theorie slechts een onderdeel van de Master. Uiteindelijk gaat het om de vertaling naar de praktijk. Daarvoor hanteert de Master de methode die binnen de Universiteit Maastricht gebruikelijk is, namelijk probleemgestuurd en onderzoeksgebaseerd leren. Daarbij komen ook vaardigheden om de hoek kijken als communiceren, verbinden en overtuigen. ‘Beoordelingsvermogen is eveneens gevraagd’, aldus Knetsch. ‘Studenten beoordelen elkaars werk en zullen dus ook hun bevindingen zodanig moeten communiceren dat er geen spanningen optreden. Kortom, de studenten krijgen ook training en inzicht in managementvaardigheden.’

Terugkijkend op de eerste lichting, heeft de staf en de groep de nodige avonturen beleefd, zoals een kapotte verwarming, een op hol geslagen airconditioning, een vloer onder water, samen een taart bakken en chemicaliën online bestellen. ‘Het mooie is dat in een kort tijdsbestek een hechte groep is ontstaan, ook al heeft iedere student zijn of haar eigen thesis.’

Werklust

Gevraagd naar zijn bevindingen van de studenten van de eerste lichting antwoordt Knetsch: ‘We zijn erg trots op de eerste graduates. Wij zijn er van overtuigd dat ze een hoog academisch niveau hebben bereikt en dat ze goed voorbereid zijn op de volgende stap in hun carrière in de wetenschap of het bedrijfsleven. Deze groep heeft de verwachtingen van hun begeleiders overtroffen. Vooral het academische niveau, de motivatie, de werklust en de wil om te (blijven) leren, vielen daarbij op. Eén van de studenten, Inge Hermsen, is zelfs summa cum laude afgestudeerd met een gemiddeld cijfer (over alle vakken) van 8.7. Dat is heel bijzonder. Daarnaast zal een studente een start gaan maken met een eigen bedrijfje, wat ook aangeeft dat de studenten een creatieve en ondernemende attitude hebben meegekregen. Al met al een geslaagde eerste run van het master programma Biobased Materials!’

Summa cum laude

Inge Hermsen, die summa cum laude afstudeerde, was de enige hbo-studente (Avans, Biobased Polymeren) van de eerste lichting. De Master trekt hoofdzakelijk studenten aan van universiteiten, maar voor Inge, die op het hbo ook summa cum laude afstudeerde, werd een uitzondering gemaakt. Daarnaast kreeg zij via de VNCI nog een scholarship. ‘De Master is breed genoeg om je goed voor te bereiden op een functie in het bedrijfsleven. Er komen verschillende disciplines, zoals (polymeer)chemie en materiaalkunde, aan de orde. Wat mij aantrok, is de combinatie van theorie – zelf literatuuronderzoek verrichten – en labonderzoek. Je staat met een been in de boeken en met het andere in een zuurkast.’ Inge is inmiddels in dienst bij Corbion waar ze gaat werken aan een nieuwe platformtechnologie voor de productie van PLA. Helaas kan ze daarover niet in detail treden.

Tweede en derde golf

Chang Liu studeerde polymer science aan de Universiteit van Shanghai. ‘Na mijn bachelor wilde ik mijn tussenjaar besteden om me te verdiepen in biopolymeren. Na een uitgebreide zoektocht kwam deze Master als enige opleiding naar voren die zich uitsluitend hierop richt. Nu ik de Master heb afgerond, is niet alleen mijn kennis, maar ook mijn attitude veranderd. Biopolymeren hebben een toekomst, maar enig geduld is nodig.’ Liu’s onderzoek richtte zich op de enzymatische degradatie van polyamide kristallen. Een onderwerp waarin ze overigens niet verder mee gaat. In oktober start zij met een partner een eigen bedrijfje op om biogebaseerde halffabrikaten te ontwikkelen voor de cosmetica-industrie.

Inmiddels staat de volgende lichting (7 studenten) al klaar om volgend jaar af te studeren. In 2018 gaat de ‘derde golf’ rollen. Knetsch: ‘We hebben rond de 15 studenten geselecteerd. Het hangt onder meer af van financiële ondersteuning of deze allemaal in kunnen tekenen voor de Master. Qua interesse mogen we niet klagen. Wel willen we dit jaar nadrukkelijker op de trom slaan, onder meer door het organiseren van een talentendag op Brightlands Chemelot Campus (10 november 2017, red.). Op deze dag laten we zien wat de Master behelst en welke vervolgstappen studenten kunnen nemen bij de vele bedrijven op Brightlands Chemelot Campus.’