Alle artikelen

Federatie Bio-economie Nederland moet voor nieuwe elan zorgen

‘De biobased economy heeft in Nederland en in Europa een hernieuwde focus nodig. Met de opkomst van circulair en groene groei – op zich goede ontwikkelingen – lijkt het momentum te stokken. Dat is onder meer een reden dat de Federatie Bio-economie Nederland is opgericht.’

Roel Bol, voormalig directeur Bio-economie van het Ministerie van EZ, is een van de oprichters van de FBN, samen met Dorette Corbey en Hans Langeveld (Wageningen UR). Corbey: ‘Het idee voor het FBN is ontstaan min of meer als vervolg op de Commissie Corbey die in 2016 ophield te bestaan. De waarde van die commissie was vooral de brede samenstelling: alle relevante sectoren zaten aan tafel, maar ook wetenschappers en NGO’s. Dat leverde veel discussie op, maar ook nieuwe inzichten. De adviezen waren de basis voor de visie van het kabinet over biomassa. We bouwen met de FBN dan ook voort op de fundamenten die zijn gelegd door deze commissie. Daarbij zien we de inzet van duurzame biomassa als een belangrijk instrument om de uitstoot van broeikasgassen te reduceren. Dat kan in de vorm van brandstof, elektriciteit en warmte, maar zeker ook en steeds meer in andere toepassingen zoals biobased chemicaliën en materialen.’

Roel, je hebt het over hernieuwde focus in de biobased economy. Zijn ‘we’ in Nederland een beetje van het pad afgeweken?

‘Ik denk het wel. De opkomst van meer overkoepelende concepten als de circulaire economie en groene groei heeft de aandacht enigszins weggetrokken van de bio-economie. Nu zijn de circulaire economie of groene groei goede ontwikkelingen, begrijp me goed, maar we moeten ervoor waken dat de bio-economie – als onlosmakelijk onderdeel van de circulaire economie – niet van de agenda wordt gedrukt. Ik constateer ook dat er bij nationale overheden en de EU nog steeds te weinig wordt afgestemd tussen de verschillende ministeries, cq. DG’s. Hierdoor lopen bepaalde trajecten, bijvoorbeeld op gebied van het aanpassen van wet- en regelgeving, vertraging op. Wat ook niet helpt, is dat de bio-economie niet in elke EU-lidstaat even urgent is. Zo heeft Frankrijk onlangs pas een strategie geformuleerd op dit gebied. Finland daarentegen heeft al langer een duidelijke marsroute bepaald waaraan ook het bedrijfsleven zich heeft gecommiteerd.’

De FBN gaat er nu voor zorgen dat de bio-economie in Nederland en Europa weer focus krijgt?

‘Ja, daar gaan we ons best voor doen. Onder meer door (on)gevraagd adviezen richting de overheid te geven, bijeenkomsten te organiseren, het bundelen van publieke en private partijen in (kennis)netwerken, het vergroten van maatschappelijk vertrouwen et cetera. We werken daarbij vanuit een consensus (meerderheid nodig van 75 procent, red.). Daarvoor gaan we klankbordgroepen oprichten met vertegenwoordigers uit de publieke en private sector. Wel willen we waken voor belangenverstrengeling. Als een lid directe belangen heeft, is zij/hij uitgesloten van de stemming.’

Met het takenpakket komt de FBN ook deels in het werkgebied van Groene Groei en Biobased Economy van het Ministerie van EZ. U stond aan de basis van deze groep. Bent u tevreden over uw opvolgers?

‘Ze doen hun best, maar je moet wel het gehele plaatje in acht nemen. De snelheid waarmee de transitie plaatsvindt, is afhankelijk van een complex aan factoren. Ik noemde eerder al het EU-beleid. Ook zien we dat de private funding te wensen overlaat, zeker als bepaalde trajecten in de finale opschaling zitten (zie het BIC-rapport, uitgevoerd door Ernst&Young). We blijven in Europa vooralsnog te veel ‘hangen’ in de R&D-fase. Om terug te komen op jouw vraag: ja, we zijn actief op domeinen van de bovengenoemde afdeling van EZ, maar we zijn ‘aanvullend’ en leveren toegevoegde waarde.’

Moeten de leden van de FBN betalen voor deze waarde?

‘Nee, de eerste twee jaar vragen we geen bijdrage aan onze leden. Daarna bekijken we of een lidmaatschapsfee haalbaar is. Momenteel kunnen bedrijven, kennisinstellingen, NGO’s, brancheorganisaties en bijvoorbeeld ZZP-ers of studenten lid worden als ze direct of indirect actief zijn in de bio-economie. Voor nu zijn we afhankelijk van donaties, via crowdfunding. We zijn hiermee pas begonnen, ik heb nog niet gecheckt hoeveel er op de bankrekening staat (lacht). Het idee is wel om FBN ‘lean and mean’ te organiseren zonder een loodzware overhead. Wij werken nu ook onbezoldigd voor de FBN. Het een en andere hangt ook af van onze ambities. Wellicht dat op termijn de opdracht breder of ambitieuzer kan worden. Maar als we alleen al de doelen uit ons werkplan realiseren, hebben we al heel wat bereikt. Dan hebben we een goed investeringsklimaat voor de bio-economie’

Tot slot, bent u, ondanks dat de transitie traag verloopt, optimistisch gestemd dat de bio-economie zich op afzienbare tijd door zal zetten?

‘Zeker! Ik zie dat vooral de private sector de laatste jaren enorme stappen heeft gezet. Grote brand owners en retailers die ambitieuze targets hebben afgegeven op gebied van CO2-reductie en/of het beheersen van grondstoffenstromen. Je ziet dat dit gelijk zijn weerslag heeft op de achterliggende waardeketen en de bereidheid van andere partijen – publiek en privaat – om hierin te investeren. Het zou mooi zijn als we de publieke sector weer ‘bij de les kunnen krijgen’, bijvoorbeeld door versneld wet- en regelgeving aan te passen of een soort Biopreferred Program – in navolging van de VS – te lanceren. Markt pull is uiteindelijk de meest effectieve hefboom, maar het is nog te vroeg voor een afzwakking van government push.’