Alle artikelen

Circulair bouwen: andere spelregels nodig

Foto: Input Output Fotografie

‘Circulair bouwen heeft de toekomst. Grotendeels omdat materialen zo veel mogelijk in een gesloten kringloop worden gehouden. Wel vergt deze manier van bouwen de nodige aanpassingen. Je merkt dat de sector nog niet is ingericht op de circulaire economie.’

Carola Helmendach, project manager Circulaire Economie bij NV Economische Impuls Zeeland, weet waarover ze praat. Zelf is ze nauw betrokken bij een concreet project waarbij een bestaand gebouw wordt ontmanteld en de materialen deels worden gebruikt voor een ‘splinternieuw’ gebouw. Het laatstgenoemde complex wordt een kinder- en jeugdkliniek in het Zeeuwse Kloetinge. Het te slopen gebouw is het voormalige districtskantoor van Rijkswaterstaat in Terneuzen. Helmendach: ‘Het is voor het eerst in Nederland dat een nieuw gebouw is ontworpen met het oog op materialen uit een sloopproject die een-op-een in het nieuwe gebouw worden geïntegreerd. We hadden vanuit Impuls Zeeland al eerder contact met Emergis, de zorgorganisatie achter de kliniek. Zij willen hun gebouwen verduurzamen, bijvoorbeeld op gebied van energiezuinigheid, maar ook wat betreft materiaalgebruik. Wij hebben vervolgens een team – met onder meer de architect, de provincie Zeeland en de Rabobank – opgezet om het project te realiseren.’

Voorfase kostbaar
Taco Tuinhof van Rothuizen Architecten heeft het ontwerp getekend voor de nieuwe kliniek, met het oude gebouw in het achterhoofd. ‘Het is een kwestie van passen en meten. Een deel van de gebruikte materialen, waaronder de buitenkozijnen, de binnendeuren, de gevelbekleding, de houten vloerdelen en straatklinkers, zal in de kliniek worden gebruikt. De rest zal door het urban mining-bedrijf (waarover later meer, red.) worden opgeslagen en verder bewerkt.’ Tuinhof kwam de nodige uitdagingen tegen in het proces waarbij hij, op basis van de materialen in het oude gebouw, een nieuw ontwerp moest maken. Ten eerste, waren de oude materialen en de blauwdruk van het RWS-gebouw niet gedocumenteerd. ‘Deze moesten we eerst inventariseren: welke materialen, formaten, de wijze van bevestigen et cetera. Ook wisten we in sommige gevallen niet precies hoe de materialen waren bevestigd. Dan kom je soms voor verrassingen te staan.’ Tuinhof pleit dan ook voor een materialenpaspoort, waarbij digitaal het ontwerp en de afzonderlijke onderdelen van een gebouw worden gedocumenteerd. ‘Dat scheelt veel tijd om het uit te zoeken. Een groot deel van de kosten voor zo’n project zit in het vooronderzoek.’

Wetgeving als horde
Wetgeving blijkt ook niet altijd te zijn ingericht op circulair bouwen, aldus Helmendach. ‘Het RWS-gebouw stamt uit 2002. Toen was het Bouwbesluit anders, wat betekent dat bijvoorbeeld de formaten van deuren en kozijnen onder het huidige Bouwbesluit te laag, cq. te smal zijn. Ook is het oude hout niet altijd gecertificeerd (bijvoorbeeld FSC), waardoor het niet een duurzaamheidstempel heeft, terwijl het wel duurzamer is om het te hergebruiken. Gelukkig kunnen we deze hordes vermijden door het project te bestempelen als een verbouwproject, waardoor een ander besluit van toepassing is.’ Een andere horde is prijs. Vooralsnog lijkt circulair bouwen ietwat duurder, simpelweg omdat meer ‘uitzoekwerk’ – zie de behoefte aan een documentatiesysteem – is in de voorbereidende fase. Uiteindelijk verwacht Helmendach dat circulair bouwen aanzienlijk goedkoper zal worden, deels doordat gebruikte materialen goedkoper zijn dan gloednieuwe en doordat de ketenefficiency toe zal nemen. Circulair bouwen vraagt ook om een andere ketenbenadering. Immers, welke partijen nemen de sloop en de opslag/bewerking van bouwmaterialen voor hun rekening?

Groei in professionele vastgoedmarkt
In geval van het project in Kloetinge is dat het urban mining bedrijf New Horizon uit Breda. Michel Baars, afkomstig uit de vastgoedadvieswereld, zette het bedrijf ruim anderhalf jaar geleden op. ‘Ik heb, gezien mijn achtergrond, verstand van materiaalstromen in de bouw en zag een markt in het hergebruik van bouwmaterialen, hetzij terug in een gesloten kringloop in de bouw of voor andere bestemmingen.’
New Horizon werkt voornamelijk voor de professionele vastgoedmarkt, lees institutionele beleggers, projectontwikkelaars of woningbouwcoöperaties. De aanbestedingen door de overheid laat Baars nog een tijdje aan hem voorbij gaan. ‘De tenders duren te lang en zijn te ingewikkeld. Ik moet snel een voorspelbaar en substantieel volume aan materialen opbouwen om de markt te kunnen ‘voeden’. Dan praat je al snel over ettelijke tientallen miljoenen euro’s aan waarde. Dat volume kan ik relatief snel opbouwen buiten de overheidsaanbestedingen om, omdat ik 10 tot 15 procent goedkoper ben vergeleken met de lineaire sloopaanpak.’

Werken met leveranciers
In geval van ‘Kloetinge’ is New Horizon de hoofdaannemer en de regievoerder van de ontmanteling van het oude gebouw en de afvoer en mogelijke bewerking van de materialen die in de kliniek worden gebruikt. Baars schat in dat in totaal 80 tot 90 procent van de materialen kan worden hergebruikt in de bouw. Specifiek voor de kliniek gaat het om circa 40 procent van de materialen (zie de eerder genoemde onderdelen).
De onderdelen die niet voor Emergis worden ingezet, slaat New Horizon op. Dat doet het grotendeels bij een aantal leveranciers waarmee het nauw samenwerkt. ‘Bijvoorbeeld de kabelgoten slaan we op in magazijnen van Rexel. Laatstgenoemde kan deze producten, die veelal dezelfde kwaliteit hebben als nieuw, weer verkopen aan hun klanten voor nieuwbouw en/of renovatieprojecten. ‘De marge is voor Rexel hetzelfde, maar de CO2-footprint van de materialen is wel lager waardoor offertes van bouwbedrijven/aannemers qua duurzaamheid hoger scoren.’ Baars ziet tot slot ook een belangrijke rol weggelegd voor biobased materialen, niet alleen voor de traditionele materialen als hout of stro, maar ook biocomposieten/plastics. ‘Met hernieuwbare grondstoffen ontkoppel je zo veel mogelijk van fossiele of minerale bronnen. Dat komt de CO2-footprint ten goede en het biedt ook meer mogelijkheden om materialen te hergebruiken. Ik denk daarbij vooral aan creatieve oplossingen, zoals akoestische wanden die zijn bekleed met vermalen oude systeemplafondplaten. Daar kun je klanten op een positieve manier mee verrassen.’

Dit artikel is tot stand gekomen in samenwerking met Biobased Delta.