Lees verder
'Met het Biopolymeren Applicatie Centrum willen we biopolymeren in brede zin onder de aandacht brengen van de industrie en van consumenten. We doen niet alleen technisch onderzoek, maar houden ons ook bezig met (consumenten)onderzoek en marketing/communicatie.'
Lucien Joppen

Biopolymeren zijn, mede door de gevolgen van plastics op het milieu, meer op de voorgrond komen te staan. Overigens, niet altijd in positieve zin. Wel neemt de interesse van marktpartijen toe, getuige de inspanningen van bedrijven als Coca-Cola of IKEA. Deze ondernemingen – en zij zijn heus niet de enige spelers – willen zo veel mogelijk gebruik maken van hernieuwbare grondstoffen om deze vervolgens te recyclen, al dan niet met ‘virgin’ materialen.

‘Biopolymeren zitten in de lift’, aldus Gertjan Visse, projectleider van het BAC, ‘maar het aandeel in de totale markt is nog steeds marginaal. Fossiele polymeren domineren de markt. Dat is – met de huidige olieprijs – ook niet verwonderlijk. Biopolymeren die een-op-een concurreren met fossiele tegenhangers, bijvoorbeeld bio-PET met PET, hebben het zwaar. Echter, biopolymeren die zich op functionaliteit(en) kunnen onderscheiden, hebben minder last van prijsconcurrentie. Deze eigenschappen zijn onder meer bio-afbreekbaarheid, betere barrière-eigenschappen of een mooie look and feel. De gunstigere CO2-footprint van biopolymeren is een aankoopargument voor partijen die doelbewust inzetten op verduurzaming, maar de meeste bedrijven kijken uiteindelijk toch naar het prijskaartje.’

Mars-wikkel

Een andere horde is onbekendheid in de markt met biopolymeren. Er zijn de nodige misverstanden over afbreekbaarheid en functionaliteiten. Zo zouden biopolymeren minder goed presteren op eigenschappen als hittebestendigheid of levensduur. Visse: ‘Het SIA-RAAK-project ‘Functionele stabiliteit van biopolymeren’ heeft het Centre of Expertise Biobased Economy, samen met Wageningen UR en Fontys, waardevolle inzichten opgeleverd over de eigenschappen van biopolymeren die een langere levensduur moeten hebben. De reden is simpel. Als het gebruik van biopolymeren beperkt blijft tot kortcyclische toepassingen, dan wordt de markt aanzienlijk beperkt. We wilden binnen het project onderzoeken welke structurele kenmerken een rol spelen bij eigenschappen als UV- en hittebestendigheid. De hoofdmoot was echter toegepast onderzoek: in totaal hebben meer dan 200 studenten een concreet project afgerond, veelal gebaseerd op vragen van MKB-bedrijven. Zo waren studenten betrokken bij het ontwikkelproces van een afbreekbare wikkel voor Mars (zie kadertekst).’

Het onderzoeksproject kreeg overigens ook erkenning van hogerhand. Het Nationaal Regieorgaan Praktijkgericht Onderzoek gaf ‘Functionele stabiliteit van biopolymeren’ een zilveren medaille bij de verkiezing voor de RAAK-award. ‘Het project heeft mooie concrete en maatschappelijk relevante producten opgeleverd’, aldus de jury.

Ketenbreed

Met het BAC, opgestart in 2015, heeft het bovengenoemde SIA-RAAK-project een vervolg gekregen. Het is onder meer een ontwikkelwerkplaats waar bedrijven op zeer kleine schaal – prototyping – applicaties kunnen testen. ‘Dat is een belangrijke service’, aldus Visse. ‘Veel bedrijven hebben niet de middelen en/apparatuur om deze (haalbaarheids)testen uit te voeren. Binnen het BAC kunnen we vrij snel reageren op dergelijke verzoeken, waarbij we de kosten zo laag mogelijk kunnen houden. We hebben onder meer apparatuur om te spuitgieten, extruderen, compounderen en 3D-printen.’ Visse benadrukt dat het productieproces slechts een facet is van het BAC. Het initiatief neemt de gehele keten mee, van feedstockselectie tot marktbewerking. ‘Op gebied van communicatie en/of marketing speelt het BAC ook een rol. Veelal wordt het belang van communicatie bij technologische innovaties onderschat. Wil je een technologie introduceren, zul je ook uit moeten leggen waar deze voor staat om bedrijven, consumenten of investeerders over de streep te trekken. Zo gaan we een aantal designers/kunstenaars helpen met een Kickstarter-campagne voor hun biobased kunstwerken.’

Crowdfunding voor Be-O

Damir Perkic, oprichter van de start-up Be-O, maakte gebruik van de diensten van het BAC. De Nijmegenaar heeft de Be-O bottle ontwikkeld, een herbruikbare waterfles op basis van bio-HDPE en bio-TPE. ‘Het concept is vergelijkbaar met een Dopper, maar met een gunstigere CO2-footprint en onderscheidend design. Qua prijsstelling zitten we in de buurt van de Dopper.’ De missie van Be-O is om de transitie van fossiele plastics naar bioplastics te versnellen, aldus Perkic, door ‘herbruikbare producten uit bioplastics op de markt te zetten.’

Om zijn start-up te financieren, zocht Perkic contact met het BAC. ‘Ik wilde in eerste instantie exposure op online podia om naamsbekendheid te genereren. Vervolgens wilde ik via crowdfunding een eerste financiering loskrijgen. Daarbij heeft een stagiaire vanuit het BAC mij goed geholpen met de social media en het verspreiden van onze boodschap. Uiteindelijk leverde de crowdfundingsactie voldoende op om door te gaan. Momenteel praten we met meerdere investeerders die we deels via de crowdfunding campagne hebben bereikt. De gesprekken lopen voorspoedig en we verwachten op kort termijn de markt op te kunnen gaan met de Be-O bottle.’ De bedoeling is dat Be-O in de toekomst ook andere bioplastics gaat gebruiken voor nog te ontwerpen herbruikbare producten. ‘Miscanthus is een van de opties. Dit onderzoek loopt via Food & Biobased Research van Wageningen UR en het Duitse FKUR. Deze partijen zijn het verst op gebied van deze materie.’

Bergen op Zoom: focus op economie

Het BAC werkt niet alleen samen met ondernemers, het krijgt ook opdrachten van publieke partijen. Zo heeft de gemeente Bergen op Zoom momenteel twee projecten ondergebracht bij het BAC. Dietmar Lemmens, projectmanager Economische Zaken bij de Noord-Brabantse gemeente: ‘We hebben in het verleden al ervaring opgedaan met het BAC dat betrokken was bij de ontwikkeling van het biobased betaalmuntje voor poppodium Gebouw-T in onze stad. Bergen op Zoom ziet de biobased/circulaire economie primair als een kans om nieuwe bedrijvigheid aan te trekken. We hebben in het verleden, onder meer met Philip Morris, gezien hoe kwetsbaar we zijn als bij een grote onderneming een groot aantal banen verloren gaat. Welnu, we willen deze ontwikkeling actief stimuleren. Geen ellenlange beleidsnotities, maar concrete actielijnen. Zo verbinden we ook cultuur/design met biobased. Dat kan via een betaalmuntje, maar ook via de carnavalsverenigingen. Deze sporen we aan om niet alleen met fossiele kunststoffen te werken aan hun praalwagens, maar ook te kijken naar composieten of biobased materialen.’

Via inkoop, de invulling van de openbare ruimte en participaties in initiatieven als de Green Chemistry Campus investeert Bergen op Zoom in projecten die de transitie naar een biobased economy moeten versnellen. ‘Uiteindelijk moeten onze inspanningen wel leiden tot meer werkgelegenheid. Dat gaat niet van vandaag op morgen. Geduld en vasthoudendheid zijn geboden.’